Auteur: admin

5e zondag van Pasen, 15 mei 2022

Inleiding
Het is een grote titel die het zondagsboekje ons voor de eucharistieviering van vandaag meegeeft:
Liefhebben. Een werkwoord met een grote inhoud. Spontaan dacht ik er een uitroepteken achter.
Liefhebben! En dan klinkt het opeens als een opdracht! Straks, in de Evangelielezing, horen we Jezus zelfs zeggen dat het een nieuw gebod is: gij moet elkaar liefhebben.
Daar kunnen we ons heel wat bij voorstellen, verbeelden. In de voorbereiding op deze viering
heb ik geprobeerd dat ook te doen. Wat daarvan het resultaat is vertel ik u in mijn overweging.

Vandaag worden in Rome tien personen, die eerder zalig waren verklaard, heilig verklaard. Eén van hen is de Friese pater-Karmeliet Titus Brandsma. Brandsma is vooral bekend als verzetsheld tijdens de Tweede Wereldoorlog. Op 26 juli 1942 kwam hij in de ziekenboeg van Dachau om het leven.
Op 3 november 1985 werd hij door paus Johannes-Paulus zalig verklaard op basis van zijn ‘martelaarschap voor het geloof’.

Huub Welzen, de huidige prior-provinciaal van de Nederlandse provincie van de Karmelieten,
schreef over Titus:
“In zijn leven heeft Titus Brandsma de liefde tot God en de liefde tot de naaste verenigd”.
En ook: “En duidelijk is, dat hij het lijden heeft geaccepteerd als een consequentie van zijn keuze voor de liefde”.
Aan Jezus’ nieuwe gebod ‘Gij moet elkaar liefhebben’ heeft Titus Brandsma tot de dood toe gehoor gegeven. Wij herdenken en vieren deze nieuwe heilige met eerbied en respect.
Ik wens ons allen een inspirerende en liefdevolle viering!

Overweging
Misschien kunt u het zich uit uw lagereschooltijd nog wel herinneren: de juf of de meester leest een verhaal voor. En als dat goed gebeurt zie je als kind de beelden in je hoofd verschijnen. Ieder kind zal een andere voorstelling van het verhaal maken. Dat is natuurlijk anders dan samen naar een film kijken, want dan wordt er niet veel aan de verbeeldingskracht of de creativiteit van een kind overgelaten.
Als leerkracht op de basisschool vond ik het heerlijk om voor te lezen of om zelf verhalen te vertellen. Soms gaf ik na een vertelling de kinderen de opdracht om te tekenen wat zij in het verhaal hadden gehoord én misschien ook gezien.

Stelt u zich eens voor dat ik u nu een groot vel papier zou geven met kleurpotloden, vetkrijt of waterverf en u zou vragen de Evangelielezing te verbeelden. Wat zouden we dan zoal te zien krijgen?? Waar denken we aan bij dat nieuwe gebod?
Liefhebben zoals God, zoals Jezus, is een heel moeilijke opdracht, maar eigenlijk voeren we die wellicht vaker uit dan we denken. Wat zouden we zoal kunnen verbeelden?

Ik denk aan:
Mensen die elkaar door dik en dun liefhebben, trouw blijven. Ouders die grenzeloos voor hun kinderen zorgen. Ouders die zichzelf, hun ontspanning, hun wensen volledig negeren en hun leven helemaal wijden aan een ziek of gehandicapte kind. Mensen die hun werk en hun plezier opgeven
om voor hun zieke partner te zorgen. Allen die treuren wanneer een geliefde overlijdt, wanneer ze hun man, hun vrouw, een kind, hun vader, hun moeder verliezen. In hen allen leeft de onvergankelijke liefde die zich uit in blijvende trouw en herinnering. Een grenzeloze liefde is dat, zoals Jezus, zoals God liefheeft. Ja, ik zou – met mijn povere expressieve vaardigheden –
dergelijke uitingen van liefde en trouw proberen te verbeelden.

Maar al tekenend of schilderend vraag ik me af of ik wel in staat ben in alle omstandigheden lief te hebben zoals Jezus, zoals God liefheeft? Zo grenzeloos dat Jezus zelfs zegt: ‘Bemin uw vijanden.’ Dat is een uniek gebod! Het komt alleen voor in het christendom en Jezus past het inderdaad ook toe wanneer Hij op het kruis voor zijn beulen bidt: ‘Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen.’

Kan ik dat, kunnen wij dat ook? Zijn wij ook in zulke omstandigheden in staat te houden van onze medemensen? Kunnen wij dus ook houden van mensen die ons bedriegen, bestelen, vreselijke leugens over ons op Facebook of andere social media publiceren? Kunnen de Oekraïners van Poetin en de Russische militairen houden die hun land kapot bombarderen, hun huizen leegroven, hun vrouwen verkrachten, hun steden verwoesten, mensen martelen en vermoorden?
Om even terug te komen op mijn tekening: zijn dat misschien die zwarte vlekken aan de rand of dat boze oog in het midden?
Waarschijnlijk kunnen de Oekraïners dat niet en kunnen wij dat ook niet: houden van mensen die ons allerlei onrecht aandoen. We zijn immers maar mensen, we zijn God niet, we zijn Jezus niet. We zijn wel kinderen van God, net als alle andere mensen, zelfs net als Poetin en zijn militairen.
Houden van zulke mensen kunnen we heel waarschijnlijk echt niet. Wat we wel kunnen is ons inspannen om Jezus te volgen wanneer Hij zegt: ‘Oordeel niet en gij zult niet geoordeeld worden.’

Als we daartoe in staat zijn, doen we tenminste al een poging om mee te bouwen aan een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, zoals Johannes die verbeeldt. Mee bouwen met God, met Jezus aan een wereld van liefde en vrede, want alléén zijn we daar echt niet toe in staat.
In al onze klein-menselijkheid kunnen we alleen maar op God vertrouwen, want zonder Hem brengen we er niets van terecht.
We hoorden het ook in de eerste lezing: Paulus en Barnabas trekken bij wijze van spreken de halve wereld rond om Jezus’ boodschap van liefde en vrede te verkondigen en dat kunnen ze alleen omdat zij ‘aan Gods genade waren toevertrouwd,’ zo staat het in de tekst.
Laten we ons daarvan bewust zijn: ook wij zijn toevertrouwd aan Gods genade. Niet alleen wij, maar alle mensen, dus ook mensen van wie we dat niet direct verwachten. Want ook tegen hen zegt God de Heer: ‘Zie, Ik maak alles nieuw.’ En wie weet, misschien zullen ze ooit naar Hem luisteren
en meebouwen aan een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want voor God is niets onmogelijk.

3e zondag van Pasen, 1 mei 2022

Inleiding

Heel hartelijk welkom aan u allen. Natuurlijk aan onze vaste kapelgasten. Vandaag wil ik heel in het bijzonder onze gasten uit het Westland, die dit weekend in onze boerderij verblijven,
welkom heten.

Het is de derde zondag van Pasen. Ook vandaag staat een verschijningsverhaal centraal. De vreugde om Pasen, de vreugde dat de dood niet het laatste woord heeft, wordt in de lezing uit de handelingen van de apostelen misschien wel wat getemperd. De apostelen ondervinden veel tegenwerking. De evangelielezing is misschien ook wel wat verwarrend. Het is een lezing waar je rustig een heel weekend bij stil kan staan.

Ondanks de tegenwerking, staan de apostelen vierkant voor de zaak van Jezus. Wat is dan uiteindelijk hun drijfveer? Wat zorgt ervoor dat ze niet te stuiten zijn? Wat kunnen wij van de apostelen leren? Ik wens ons een inspirerende viering. 

Overweging

In het onderwijs wordt vaak gebruik gemaakt van een handboek en een werkboek. Een handboek met de basisinformatie. Een werkboek om te oefenen hoe de basisinformatie in de praktijk kan worden toegepast. Zo zou je misschien de verhouding tussen het evangelie 
en de handelingen van de apostelen kunnen zien. In het evangelie heeft Jezus aan de leerlingen voorgeleefd wat de basis is voor de zoektocht naar het Koninkrijk van God. In de Handelingen mogen ze deze basis uiteindelijk zelf in praktijk brengen.

Bij het lezen van de eerste en de tweede lezing van vandaag moest ik denken aan het boek van Herman Finkers met de titel: ‘De cursus omgaan met teleurstelling gaat wederom niet door.’ In het boek Handelingen worden de apostelen flink tegengewerkt door de overheid. In de passage die voorafgaat aan de lezing van vandaag, zijn de apostelen zelfs gevangengezet. Zoveel tegenwerking kan behoorlijk teleurstellend en verlammend zijn.

In het evangelie van vandaag bevinden de leerlingen zich in de situatie dat Jezus gekruisigd en gestorven is. Hun grote voorbeeld en inspiratiebron is er niet meer. Wat nu te doen? In een letterlijke lezing van dit evangeliedeel, zou je kunnen opmaken dat de leerlingen heel erg teleurgesteld zijn. De desillusie is zo groot dat ze hun oude werk van visser maar weer hebben opgepakt. In de nacht varen ze uit om te gaan vissen, maar in de morgen varen ze onverrichterzake richting de kust. De netten zijn leeg. De vangst is precies 0,0.

Op deze zondag van de arbeid is dit geen opbeurende lezing. Over arbeid gesproken: als een goede westlander heb ik vanaf mijn twaalfde jaar tomaten geplukt. De lage waren niet prettig; Je moest bukken om erbij te komen en de zon had door het glas van de kassen vrij spel. Het was bloedheet, maar het verdiende goed. Op mijn zestiende heb ik een carrièremove gemaakt. Ik ging van het glaswarenhuis naar een ander warenhuis: naar V&D in de Boogaard in Rijswijk. Daar werkte ik achter de kassa. Het kassablok was verhoogd. Zo hadden we een goed overzicht over de afdeling. Vlak bij de kassa waar ik meestal stond, was de zij-ingang.

Ik herinner me de zaterdag in november 1984 nog heel goed. Ik moest een gieter met zo’n lange tuit en een scherp puntje, als cadeautje inpakken. Die punt van de gieter was al een keer door het papier gekomen. Maar bij de tweede poging ging het goed. Na deze noeste arbeid volgde ik met mijn blik de klant in de richting van de deur. Ik kreeg een soort van elektrische schok door heel mijn lichaam omdat ik door de draaideur mijn vader binnen zag komen. Maar dat kon helemaal niet, want mijn vader was twee weken ervoor gestorven en begraven. De gelijkenis was in eerste oogopslag zo treffend. Pas bij een tweede blik, zag ik dat het hem toch echt niet was. Op een andere manier verschijnt mijn vader echter nog steeds in mijn leven. Als ik iets stoms doe, als ik iets doe wat echt niet uit mijn opvoeding kan komen, hoor ik hem mij in mijn hoofd toespreken. Mijn vader verschijnt top op de dag van vandaag als het ware in mijn handelen.

Hier moest ik aan denken, bij het lezen van het evangelie van vandaag. Jezus verschijnt bij het meer van Tiberias aan de leerlingen. Niet voor de eerste keer, want staat er: ‘Jezus verscheen andermaal aan de leerlingen.’ Dat Jezus na zijn dood verschijnt, is op zich al opmerkelijk. De manier waarop deze verschijning beschreven staat, is al even opmerkelijk. ‘De verschijning verliep als volgt:’ kunnen we verder lezen. Dit doet vermoeden dat het om een hele exacte, een hele precieze beschrijving gaat. Dit wordt versterkt door de heel nauwkeurige opsomming van de namen van de apostelen die samen gaan vissen. Er wordt genoemd van wie iemand de zoon is, van sommige apostelen wordt zelfs de bijnaam genoemd. Maar over de laatste twee wordt alleen gezegd: ‘en nog twee van zijn leerlingen.’ Deze zin doet in mijn ogen dan weer afbreuk aan de voorafgaande heel nauwkeurige beschrijving. Dat is vreemd…

Ook het vervolg is bevreemdend. Toen de leerlingen terugkwamen van het vissen,
stond Jezus aan het strand. Omdat we gelezen hebben dat Jezus wederom verschijnt,
zou je kunnen verwachten dat de leerlingen dolenthousiast reageren in de trant van:
“hé daar heb je hem weer.” Maar nee, er staat dat ze niet wisten dat het Jezus was. Hij spreekt hen aan en noemt hen “vrienden”, maar nog gaat er geen lichtje branden. Uiteindelijk herkent de leerling, van wie Jezus veel hield, Jezus. Maar dan staat verderop in de tekst: ‘Wetend dat het de Heer was durfde geen van de leerlingen hem vragen: “Wie zijt Gij?”’ Dat is toch best vreemd. Misschien is het ook vreemd dat er toch een antwoord komt op de vraag die niet gesteld is. Geen antwoord in woorden, er volgt een antwoord in daden. Jezus geeft de leerlingen brood en vis. Brood en vis delen, dat heeft hij eerder gedaan, toen hij nog leefde. Vijf broden en twee vissen waren genoeg om een grote massa mensen te voeden. In dit handelen van Jezus wordt hij herkent. En de herkenning zit hem deze keer – en ook bij eerdere verschijningen – in het delen van brood.

Na het delen van brood en vis vraagt Jezus tot driemaal toe aan Petrus of hij hem liefheeft. Op deze vraag volgt ook drie keer de opdracht om een herder te zijn. Drie keer aan Petrus vragen of hij Jezus liefheeft, doet mij denken aan de drie keer dat Petrus, na de gevangenneming van Jezus, ontkend heeft dat hij Jezus kende. Toen was hij bang dat als hij zou toegeven Jezus te kennen, ook hij opgepakt zou worden. Dat die angst volstrekt verdwenen is, blijkt uit de lezing van de handelingen. De leerlingen staan pal voor hun zaak. Ze trotseren de tegenwerking van de overheden. Petrus doet een bijna stoere uitspraak naar de hogepriester, als hij zegt dat men God meer moet gehoorzamen dan mensen. Met zo’n uitspraak, maak je je niet geliefd bij een leider.

Juist in de liefde is misschien een sleutel te vinden. De leerling van wie Jezus veel hield, herkent Jezus. Petrus erkent tot driemaal toe dat hij Jezus liefheeft. Liefde als een oerkracht,
die je opent en keert richting de ander. God zelf is liefde. Jezus liefhebben, is god liefhebben. God liefhebben, is de naaste liefhebben en jezelf liefhebben. In zijn handelen, in zijn woorden en daden, heeft Jezus dit driedubbele verband van de liefde voorgeleefd. In naam van Jezus verschijnen Petrus en de andere apostelen en doen wat Jezus heeft gedaan; Ze gaan in zijn voetspoor. In hun handelen, laten ze zien dat de boodschap van Jezus zo krachtig is dat niets of niemand die boodschap kan tegenwerken; zelfs de dood niet. In de handelingen van de apostelen verschijnt Jezus in volle glorie.

Straks na de consecratie, bidden we de acclamatie: ‘Als wij dan eten van dit brood en drinken uit deze beker, verkondigen wij de dood des heren, totdat hij komt.’ Maar intussen wachten we al bijna 2000 jaar… Hoe zorgen we ervoor dat het uitblijven van de komst des Heren geen verlammende teleurstelling wordt? Hebben ook wij het lef van de apostelen? Hoe wordt óns handelen gekleurd door het evangelie? Durven ook wij op te staan tegen elke situatie waarbij de driedubbele liefde in het gedrang komt? Durven en kunnen wij een goede herder zijn voor onszelf en voor onze naaste, dichtbij en ver weg? 

Kortom: hoe verschijnt Jezus in óns leven?

Beloken Pasen, 24 april 2022


Inleiding

U bent van harte welkom. Samen mogen wij eucharistie vieren in de ontmoeting met Jezus en met elkaar. Deze zondag “Beloken Pasen” heet ook: Dominica in albis en dat slaat op de doopleerlingen die met Pasen waren gedoopt en witte klederen droegen- teken van nieuw leven in Jezus Christus- en dat kleed 8 dagen later, op Beloken Pasen aflegden. Op deze zondag dus.
Iedereen kon het aan ze zien en daarmee waren ze levende getuigen van de verrijzenis. Dat zijn en blijven wij ook, gedoopte mensen, in goed gezelschap omdat wij vandaag de apostel Tomas ontmoeten. Hij mocht letterlijk steunen op zijn geloof omdat Hij zijn Heer mocht aanraken. En wij?

Overweging

Twee jaar geleden, 2020, luidde het thema dat wij kozen voor de veertigdagentijd: “Raak de wonden aan”
Niemand kon vermoeden hoe snel dat waar werd. Hoeveel wonden er in korte tijd ontstonden, hoeveel onmacht en onzekerheid, verslagenheid. Er was een Sars virus dat om zich heen greep, Covid 19 genoemd. Niemand kon ook vermoeden dat het zo lang zou gaan duren.

We vierden de vastentijd en Pasen als kleine gemeenschap. Toen het weer mocht, samen vieren, gebeurde dat door de liederen te zeggen in plaats van te zingen. Toen dát weer mocht, eigenlijk pas kort, kon je aan het enthousiasme horen dat het waar is wat Augustinus zegt: Zingen is dubbel bidden!

In zo’n situatie, onzeker, beangstigend, merk je hoe je met elkaar verbonden bent; hoe mensen elkaar nodig hebben. Ook in de kerk. Niemand is een eiland. Daarom heet het ook: geloofsGEMEENschap

Nu mogen we vieren, bijna als vanouds. Ons thema voor deze veertigdagentijd en Pasen stond verbeeld op een schilderij dat Julia maakte en dat nu ook de Paaskaars kleurt: 
Een veelkleurige stroom van mensen, jong en oud, kinderen, een bisschop, iemand in een rolstoel en iemand die hem meeneemt in de processie.

Het is het symbool, ja eigenlijk de droom van paus Franciscus, naar een meer synodale kerk. Hij vraagt alle gelovigen, om mee te denken in wat belangrijk is voor de kerk van de toekomst, hoe wij, gewone gelovigen meer kunnen participeren. Omdat WIJ de kerk zijn!! Gods volk onderweg. Op weg naar de bisschoppensynode van 2023. En we hopen dat de gezondheid van de paus het toelaat dat hij nog lang ons kan inspireren.

Maar intussen, nu Corona ver weg lijkt- dat is het nog niet-, zijn er die andere wonden: van kapotgeschoten gebouwen, kerken; hele steden. En de wonden letterlijk en geestelijk, van vele burgers en vooral de kinderen. Ik bedoel Oekraïne, maar u weet dat ook Syrië nog steeds een verdrietig verhaal is, Jemen… Waar blijven we dan met het beeld, de kleurige stroom mensen onder de zon! Die mensen in beweging.

Thomas Halik, priester in Tsjechië, heeft een boek geschreven, dat begint met het Evangelie gedeelte van deze morgen. het boek heet: “Raak de wonden aan”
Voor hem, en ik denk ook voor ons, is het Evangelie zo vertrouwd, De apostel Tomas die zijn Heer mag aanraken…
Halik was in Madras, India. Met een vriend, die daar hoogleraar is. In Madras wordt het graf, het vermeende graf van de apostel Tomas, vereerd en druk bezocht. Het deed hem heel veel om daar te zijn. Met die vriend bezocht hij een weeshuis met honderden kinderen. Vele kleintjes. Ze riepen en huilden en wilden hem met hun dunne armpjes aanraken. Halik was van de kaart, onthand, machteloos.

Hij wist het, en hij kijkt ook nieuws; en zijn land, ook hijzelf, heeft geleefd onder de druk van het communisme. Maar het werd voor hem zó concreet, zó waar! Dat Jezus’ wonden duiden op wat Hij heeft doorgemaakt, zijn kruisdood. Maar ook dat Hij daarmee zegt- als gekruisigde-: kijk, naar de wonden in de wereld; de wonden van al die mensen, jong en oud. Onschuldig. Toen schreef hij dit boek!

Tomas apostel had eerder, toen hij zag aankomen dat zijn Meester veroordeeld zou worden, gezegd: kom, laten wij ook meegaan om met Hem te sterven.
Alle hoop, de hoop is, zegt men, het laatste dat sterft, alle hoop is verloren.
Alle hoop op vrede
Alle hoop op voedsel voor alle mensen

Tomas was er niet bij, toen Jezus verscheen aan zijn mede- apostelen. Hij heeft niet hun vreugde gezien. Nu, na 8 dagen, de 8e dag, vandaag, verscheen Jezus opnieuw.
8..is een volheid van getal, dat wil ons iets zeggen. Toen was Tomas erbij! Waar was hij de eerste keer? Misschien was hij vertwijfeld geraakt, in zichzelf gekeerd, in rouw; en wilde hij nu toch bij zijn vrienden zijn, niet meer alleen. Om bij elkaar troost te vinden. Zoals na een uitvaart het samen herinneringen ophalen zo troostend kan zijn!

Jezus kent ze, de groep om Hem heen. As je zo intensief met elkaar optrekt, dan vallen de nuances wel op, dan heb je soms maar een half woord nodig. Tomas gelooft pas als… en Hij mag Jezus aanraken, de littekens van de wonden aanraken. En dan spreekt hij zijn belijdenis. Mijn Heer en Mijn God…Het is als een vreugdekreet.

Jezus is de Gewonde, die leeft. En Halik zegt: de deur naar de Heer gaat dóór zíjn wonden. En geloven, credere, is : cor dare… je hart geven. je hart dúrven geven. Geloven, dat er leven is óver de dood. Dat Iemand ons is voorgegaan.

Bij de versiering staat een afbeelding van Barlach, getiteld: weerzien. Het verbeeldt Tomas, die door jezus liefdevol wordt opgericht. Ofwel: sta op, Tomas.  Ga, geloof en vertrouw dat er hoop is. Zie en geloof! Ik ben het echt.
Is het de aanraking, of komt het juist door de hele groep leerlingen, zijn collega’s, de gemeenschap, wij samen, onder de zon zoals op de kaars, die het maar houdt. Deze belijdenis: Mijn Heer en Mijn God.

Het CPB heeft geconstateerd dat er voor het eerst meer niet- kerkelijke dan kerkelijke mensen zijn. Ze hebben geen onderzoek gedaan naar geloof. Ook niet wat wij voor elkaar kunnen betekenen. Maar we kennen allemaal de stille tochten, mensen die elkaar opzoeken als er iets schokkends gebeurt; ik noemde het weeshuis in India; onze geloofsgemeenschap was en is één in het steunen van de projecten die onze Norbertijnse medebroeders in India realiseren voor de allerarmsten. 

Geloven is niet zeker weten. Twijfelen en kritisch vragen is geloofwaardiger… dan zó aannemen!
Maar alleen sámen kunnen we de weg gaan; samen kunnen we, op wat voor manier dan ook, wonden helpen helen; samen sterkt het ons als we zeggen, dat Jezus de Weg is, de Waarheid en het Leven. De weg die we veilig kunnen gaan…

Witte Donderdag, 14 april 2022

Het zal velen bekend zijn dat het christelijke paasfeest en het joodse paasfeest in dezelfde periode gevierd worden. Tot ver in de tweede eeuw vielen beide feesten zelfs elk jaar op precies dezelfde dag. Door een beslissing van de kerkleiding is daar in het jaar 325 definitief een einde aan gekomen. En dat is eigenlijk een jammerlijk besluit als we bedenken dat zowel het joodse als het christelijke paasfeest iets gemeenschappelijks hebben; het gaat in beide feesten om bevrijding. Voor wat het joodse paasfeest betreft hebben we dat in de eerste lezing gehoord. Het joodse volk leefde als ballingen in Egypte. Ze werden door de farao uitgebuit en hadden een hard en zwaar leven. Het was dan ook geen wonder dat dit volk zuchtte en smeekte om bevrijding uit de wurgende greep van die farao. Mozes werd toen door God geroepen om zijn volksgenoten vanuit Egypte naar het Beloofde Land te leiden. Hij vroeg farao zijn volk te laten vertrekken, maar deze weigerde. Volgens het Bijbelverhaal zond God 10 plagen over Egypte en zijn inwoners. Maar de eerste 9 plagen waren niet hard genoeg om farao te vermurwen en tot andere gedachten te brengen. Tenslotte kwam de 10e plaag die in de eerste lezing van vandaag wordt aangekondigd. Deze nacht zal ik door Egypte gaan zei God tegen Mozes en Aäron. En alle eerstgeborenen, zowel mensen als dieren zal ik slaan. Pas toen liet farao het joodse volk vertrekken. Die bevrijding uit de slavernij van Egypte wordt nu nog altijd, door de joden overal ter wereld gevierd. De feestelijke herdenking begint aan de vooravond in huiselijke kring, op de wijze zoals die in de bijbel beschreven staat. Ook Jezus heeft dat joodse paasfeest elk jaar meegevierd. Eerst met zijn ouders en buren, later met zijn vrienden, de apostelen. Daags voor zijn lijden en sterven vierde Hij opnieuw, tezamen met de apostelen, dat joodse bevrijdingsfeest. En precies tijdens die laatste viering heeft Hij dingen gedaan en gezegd die we later het sacrament van de eucharistie zijn gaan noemen. Aan het joodse paasmaal heeft Hij een betekenis meegegeven welke betrekking heeft op Hemzelf; onder de gedaanten van brood en wijn gaf hij zich helemaal aan zijn apostelen. En Hij nodigde hen uit dit teken telkens te herhalen. ‘ter gedachtenis aan mij’.
Het moet dus duidelijk zijn dat Jezus eigenlijk geen nieuw paasfeest heeft ingesteld. Hij heeft alleen maar, en dat is heel wat, aan het reeds bestaande joodse paasfeest een diepere betekenis gegeven. Van de feestmaaltijd aan de vooravond van het joodse bevrijdingsfeest heeft Hij ook een herdenking van Hemzelf gemaakt. Met andere woorden, wat wij nu eucharistie noemen heeft alles te maken met bevrijding. Dat kenmerk is behouden gebleven. Jezus heeft dat niet veranderd. Precies daarom sluit de eucharistie aan bij Jezus’ leven en levensinzet. Want ook Hij heeft steeds gekozen voor bevrijding, voor een wereld waarin vrijheid en levensruimte is voor iedereen. Bevrijding uit knellende banden van systemen, instellingen en rechtsregels die de mens eerder onderdrukken en knechten dan vrijmaken. Jezus heeft ook steeds gekozen voor bevrijding uit sociaal economische onderdrukking en maatschappelijke ongelijkheid. Voor bevrijding uit zelfoverschatting en gevoelens van hoogmoed en meerderwaardigheid. Hoe belangrijk dit laatste wel is mag blijken uit het verhaal van de voetwassing. Jezus gaat voordat zij aan tafel gaan zijn leerlingen de voeten wassen. Tot ieders grote verwondering en tot heftig protest van Petrus. Maar Jezus zet door om bij zijn naderende einde van zijn leven hen nog een keer duidelijk te maken dat niemand zich hoger of meer mag beschouwen dan de ander. Opmerkelijk is dat bij de evangelist Johannes, die we zojuist hoorden, dit verhaal van de voetwassing de plaats inneemt van het instellingsverhaal. Bij hem geen woord over de instelling van de eucharistie, maar wel dit verhaal. Een verhaal dat wij ook alleen maar bij Johannes tegenkomen. Je zou hieruit kunnen concluderen dat Johannes in de voetwassing precies hetzelfde gezien heeft als in het breken en uitdelen van het brood en het laten drinken uit de beker. Beide handelingen willen zeggen:
Ik geef mijzelf onvoorwaardelijk, ik stel mij helemaal tot jullie beschikking, ik wil er helemaal zijn voor jullie. Doe dit tot mijn gedachtenis zegt Jezus op de avond tot zijn apostelen.  En over hun hoofden heen tot ons. Daarmee bedoelt Hij niet alleen maar dat wij brood en wijn aan elkaar geven maar juist onszelf.
Zoals Hij zich zelf gaf en toen Hij de voeten van zijn leerlingen waste. Wie dan ook van het brood eet en de wijn drinkt, moet willen worden en handelen als Jezus. Die zal ervoor moeten zorgen dat Gods bevrijdingsbeweging doorgaat. Ons deelnemen aan de eucharistie mag nooit tot een vroom gedenken beperkt blijven. Om daarna weer gewoon over te gaan tot het gebeuren van alle dag alsof er niets gebeurd is. Nee, Jezus gedenken als de grote bevrijder moet voor ons telkens een uitdaging zijn om ook, naar onze beperkte vermogens, mensen te bevrijden. Om ons het lot aan te trekken van armen en zieken, van eenzamen en bedroefden, van vluchtelingen en ontheemden, van mensen zonder aanzien, van mensen zonder hoop en uitzicht in dit leven. En, we moeten onszelf ertoe aanzetten onszelf te bevrijden van eigenwaar en hoogmoed, van pretenties en gewichtigdoenerij. Je niet beroemen en laten voorstaan op functies en posities in kerk en samenleving, op titels en onderscheidingen. Juist het omgekeerde moet onze levenshouding zijn. Je niet verheffen boven de ander maar de mindere willen zijn. De ander uit zijn of haar kleinheid oprichten tot jouw hoogte of zelfs daar bovenuit. Het verhaal van de voetwassing is de oproep tot die levenshouding. Mogen wij allen zo Jezus’ oproep verstaan, telkens als wij, ter gedachtenis aan Hem, samenkomen om van het brood te eten en van de wijn te drinken.

Palmzondag, 10 april 2022

Lezing: Evangelie van de Intocht


Je ziet de stoet al gaan. Lopend langs de straten. Zwaaiend met palmtakken. Kleden leggend op de grond. En zingend. De moed erin houden. Vreugdevol klinkt het lied: Hosanna. Luid en duidelijk. Roepend: Gezegend de koning. Op weg naar de grote stad Jeruzalem. Achter de nieuwe koning aan.

Je ziet de stoet al voor je. Zingend en juichend. Te voet. In rolstoel. En groep mensen op weg naar eenheid. De poster van het synodale proces laat het zien. Mensen samen. Vreugdevol. Elkaar vertellend wat hen raakt. Wat zij geloven. De paus volgend, een weg bereidend naar eenheid en verbondenheid.

Je ziet de stoet al voor je. Mensen met vuilniszakken. Kinderen niet wetend. Een zware tocht. Weg van hun huis. Op weg naar het onbekende. Zoekend naar veiligheid. Beelden op het journaal. Vrouwen met hoofddoeken. Mannen verslagen. Alles achterlatend. Van huis en haard vervreemd. Vluchtend voor geweld en oorlog. Kinderen achterlatend in schuilkelders.

Groepen van mensen, soms blij en vreugdevol.
Groepen van mensen, soms angstig en vervreemd.
Groepen van mensen, soms samenscholend en elkaar troostend.
Zoekend naar vrijheid en geluk. Waarom vieren we dat zo uitgebreid? Wat zegt het ons vandaag de dag? Jezus komt niet op een groot paard, niet met paarden en wagens. Nee, geen machtsvertoon op straat. Geen vermoorde buren aan de kant van de weg. De stoet rond Jezus is een vreugdevolle groep. Een groep die het geluk heeft gevonden. In Jezus. Hij is de weg, hij is de waarheid, hij is het leven. De tegenstelling kan niet groter zijn. In de groep vluchtelingen heerst angst en onzekerheid. Blijven achter met vragen en verdriet.

En ik vraag me af: waar is nu God? Waar kan ik hem vinden? Waar kan Hij mij vinden. Is God in de groep rond Jezus? Is God in de stoet met vreugdevol gezang en palmtakken op de weg? Wellicht is God te vinden, juist in die vrijheid en veiligheid. Wellicht is God te vinden in die Jezus. Hij is de weg. De waarheid en het leven. Daarom kunnen en willen ze hem volgen. Hij was tenslotte die grote wonderdoener en die nieuwe koning.

Maar ik blijf me afvragen of God alleen daar is, waar het vreugdevol is. Is God wellicht ook te vinden in die groep mensen rond het synodaal proces. Mensen die elkaar vertellen wat ze geloven, wat hen dierbaar is? Door mensen met elkaar te verbinden op gebied van geloof, hoop en liefde. Ook zij zullen God ervaren in wat er gebeurt. God gebeurt in dit proces van verbinding en communicatie.

En nog is mijn vraag niet beantwoord. Is God te vinden in die stoet van vluchtelingen? Verjaagd uit hun huizen, gevlucht voor geweld en oorlog. Mensen die zich veilig waanden. Daar vinden we wellicht God. In die kleine jongen, even uitrustend, moe van de hulp aan zijn oma. In die soldaat die even een hand uitsteekt ter ondersteuning. In die mensen die vluchtelingen opvangen en troosten, soep ronddelen, lesgeven aan kinderen.

Of, en ik durf het bijna niet te noemen, is God wellicht in die soldaat aan de andere kant van de oorlog? In de soldaat die dat laatste schot loste en 10 mensen op straat vermoordt. Is God in die negativiteit? Of is God hier ook huilend aanwezig?

God is daar waar mensen elkaar troosten, elkaar veiligheid bieden, zoekend naar geluk en echt leven. De stoet rond Jezus voelt als het ware Gods aanwezigheid. In Jezus, in de tocht naar Jeruzalem. Als wij God zoeken, zullen wij terecht komen in dienstbaarheid en hulpverlening. God is te vinden in de gewone mens, de gewone gang van zaken, het gewone leven.

Laten we Hem de komende week, de Goede Week, zoeken en elkaar vertellen wie of wat we hebben gevonden. Vandaag zullen we hem wellicht vinden in de nederige mens op een ezel. Vrijdag zullen we hem vinden in de lijdende mens, geslagen aan een kruis. Zaterdag zullen we hem herkennen in de gestorven mens, bij het open graf. Zondag, uiteindelijk, zullen we God vinden in de verrezen mens: de mens van licht en leven.
Ik wens ons een goede zoektocht.

5e zondag Veertigdagentijd, 3 april 2022

Inleiding 
Welkom in onze kapel. Fijn dat u de kou getrotseerd heeft om samen verder op weg te trekken, op weg naar Pasen. De afgelopen weken hebben we als acclamatie bij het evangelie een canon gezongen. In de lezingen van deze zondag wordt de betekenis van deze canon volgens mij heel mooi verhalend uitgewerkt. De verhalen van vandaag, bieden het verleden aan als teken van hoop. Vorige week hebben Jan en Janny na de viering een prachtige afbeelding uitgedeeld, van een vader en een zoon die op weg zijn. De vader draagt als rugzak een huis met een ontworteld wortelstelsel als fundament.

In deze viering zullen we stilstaan bij de relatie tussen geworteld zijn in de traditie en tegelijk vrij te zijn om richting de toekomst te bewegen. In de liederen, verhalen, gebeden en ook in de overweging zal gezocht worden naar woorden om deze verhouding uit te diepen. Hoe vrij mogen wij zijn, hoe vrij kunnen wij zijn als we staan en gaan in de beweging die met en na Jezus begonnen is, een beweging die geworteld is in de joodse traditie? Is er sprake van een dynamische beweging? Zo nee; hoe zetten we onszelf of de ander dan vast? Zo ja, hoe komen we dan in beweging?

Overweging
Vorige week stond in de viering de lezing van een vader met twee zoons centraal. Een zoon gaat weg van huis. Door omstandigheden vervalt hij tot armoede. Hij lijdt gebrek en denkt terug aan het leven bij zijn vader en broer. Juist ver weg van huis, als hij afstand heeft genomen van wat hem bekend was, kan hij met nieuwe ogen naar zijn thuis kijken, ziet hij met nieuwe ogen de liefdevolle kracht van zijn vader. En om in taal van deze tijd te spreken:
de jongste zoon keert terug naar zijn thuis 2.0

De lezing van de profeet Jesaja is gericht aan het joodse volk dat in ballingschap is: de Babylonische ballingschap. Bij de rivieren van Babylon denken ze terug aan hun thuisland,
aan de tempel in Jerusalem, aan hun god, die er toch altijd was, ook al zagen ze het zelf soms even niet. Het is misschien wel bijzonder dat juist in deze ballingschap het volk tot bewustwording komt. Want misschien wel júist in die ballingschap wordt de kracht van hun god herontdekt. En de profeet Jesaja helpt daarbij. In de eerste zin van zijn profetie plaatst hij god in de context van vrijheid.

‘Zo spreekt de Heer, die door de zee een weg legt.’ Deze woorden roepen bij mij meteen het boek Exodus in herinnering. Omdat hij zich geroepen weet door god, durft Mozes het aan om in te gaan tegen Farao. Hij durft in te gaan tegen de macht die zijn volk tot slaaf heeft gemaakt. Hij durft te geloven in de droom dat het anders kan. De vrijheid die lonkt is sterker dan de angst voor het onbekende. Maar na het verbreken van de boeien van de slavernij, na een spannende tocht door de zee die wijkt en ruimte maakt, komt het volk in de woestijn;
Veertig jaar ploeteren. Maar deze veertig jaren waren nodig om van de stammen van Israël,
daadwerkelijk één volk te maken. Het is de tijd die nodig was om met de ruimte van de verkregen vrijheid om te leren gaan. De verhalen in het boek Exodus maken duidelijk dat dit ging met vallen en opstaan. Want het was af en toe zo zwaar, dat het slavenhuis soms als een paradijselijk alternatief lonkte. Het was een barre zwerftocht, maar uiteindelijk is het volk thuisgekomen.

Omdat het onderweg in de woestijn niet altijd even lekker ging, ontving Mozes tien woorden van god. Tien woorden als een garantie om ook daadwerkelijk in de verkregen vrijheid te kunnen leven. Dit brengt ons bij de lezing uit het evangelie. Want de Schriftgeleerden en Farizeeën willen weten hoe Jezus zich tot de Wet van Mozes verhoudt. De vraag die ze Jezus voorleggen, is gebaseerd op een concrete situatie van overspel. Er wordt een vrouw in het midden geplaatst. Zij is de context waarbinnen de Schriftgeleerden en Farizeeën de visie van Jezus op de Wet willen weten. Het zijn mannen die haar beschuldigend voor Jezus brengen. In hun vraag aan Jezus klinkt al een zelfingenomen, zelfverzekerde veroordeling van deze vrouw door.

Wat Jezus dan doet is verrassend en in eerste instantie ook enigszins verwarrend. Eerst buigt hij zich voorover en schrijft met zijn vinger op de grond. Wat doet hij en waarom doet hij dit? Er staat niet wat Jezus op de grond schreef. Schrijven duidt op woorden. Het lijkt alsof Jezus woorden schrijft op de grond. In onze traditie wordt vaak gezegd dat hij woorden in het zand schreef. Maar dit staat niet in de tekst. Sterker zou zijn als hij woorden in steen zou schrijven. Daarmee zou er een directe link zijn naar de Tien woorden die Mozes van god kreeg. De Tien woorden van vrijheid die door gods vinger gegrift zijn in de stenen tafelen.

Door met zijn vinger op de grond te schrijven, verwijst Jezus zonder iets te zeggen naar de tien woorden van vrijheid. Dan richt Jezus zich op en spreekt hij bijzondere woorden, om uiteindelijk weer op de grond te schrijven. Het spreken van Jezus wordt gekaderd in de context van de woorden in steen; de tien woorden van bevrijding.

Als Jezus zich uiteindelijk opricht om te spreken, klinken er ook daadwerkelijk bevrijdende woorden. Althans zo zal gaan blijken. Want wat in eerste instantie op een veroordeling lijkt,
blijkt dat uiteindelijk niet te zijn. Jezus spreekt de in mijn ogen geniale woorden:
“Laat degene onder u die zonder zonden is, het eerst een steen op haar werpen.” Iedereen druipt af, de oudsten als eerste. Zonder dit in veel omhaal te beschrijven, is de verwarring bij de mannen met de stenen in hun hand – klaar om de vrouw te bestraffen – bijna tastbaar. 
Je hoort als het ware het ploffen van de stenen op de grond. Als iedereen weg is, richt Jezus zich opnieuw op en spreekt tot de vrouw: “Vrouw, waar zijn ze gebleven? Heeft niemand u veroordeeld?” Zij antwoordt dan: “Niemand, Heer.” “Ook ik veroordeel u niet; ga heen en zondig van nu af niet meer”

Als kind al, vond ik dit een geweldig verhaal. Ik moest hierbij toen en ook nu altijd denken aan de uitspraak van Jezus waarin hij ons erop wijst om meer aandacht voor de balk in ons eigen oog te hebben dan voor de splinter in het oog van een ander. Het is allemaal niet zo zwart – wit. In die zin zou ik in de context van dit evangelieverhaal graag de titel van een roman gebruiken: ‘Vijftig tinten grijs.’ Zwart – wit denken lijkt makkelijk. Het biedt in ieder geval duidelijkheid. Maar de werkelijkheid is niet zo eenvoudig. De verre en ook de meer recente geschiedenis maakt dat maar al te zeer duidelijk. De autonomie van de Oekraïners 
wordt in de meest recente oorlog door de Russen op brute wijze geschonden. Vele mensen zijn dan ook op de vlucht voor al het oorlogsgeweld. Ook veel buitenlandse studenten die in Oekraïne studeerden, slaan op de vlucht. Zij willen naar huis, naar hun familie. Uit beelden op het nieuws hebben we kunnen zien dat donkergekleurde vluchtelingen door Oekraïense beveiligingsmensen uit de trein worden gezet, om plaatst te kunnen maken voor lichtgekleurde vluchtelingen. Door deze oorlog zijn niet automatisch alle russen slecht. En uit het voorbeeld van de vluchtelingen in de trein, blijkt ook maar eens, dat niet alle Oekraïners altijd het goede doen.

Leven met de Tien woorden is lastig. Het mooie van de boodschap van Jezus vind ik dat hij zonder fouten goed te praten, maar zeker ook zonder veroordeling ons een perspectief biedt. Hij maakt in dit voorbeeld ruimte voor ons om in vrijheid te kunnen leven. Dat betekent dat je fouten mag maken, en vooral dat je weer opnieuw mag beginnen. Misschien is het onze uitdaging om te stoppen met zwart – wit denken en om het lef te hebben om in vijftig tinten grijs te denken. Ik denk dat dit alleen kan als we ons diepgeworteld weten in onze traditie. Dat we ons durven laten dragen door onze god die een bevrijdende god wil zijn, die ons ruimte biedt om in vrijheid te leven. Als wij onszelf die ruimte gunnen, kunnen we het ook elkaar gunnen. Dan kunnen we met elkaar, ieder vanuit zijn of haar eigen kracht,
meebouwen aan het Rijk van God. Dan is de traditie geen zware last die we meezeulen, die ons belemmert in onze bewegingsvrijheid, maar dan is de traditie een motor die ons in beweging zet.

Jezus laat ons in dit verhaal zien dat we onze vinger niet veroordelend moeten richten op de ander die in onze ogen fout is. Jezus laat zien dat we de vinger aan de pols moeten blijven houden; de pols die het kloppen van ons spirituele hart laat voelen. Dat mag voor ons een kompas zijn, zodat we met compassie naar onszelf en naar de ander kunnen kijken. Dan zal niet de dood, maar zal het leven zegevieren.

4e zondag Veertigdagentijd, 27 maart 2022

Lucas 15, 1-31
Inleiding.
U bent van harte welkom. Het is de vierde zondag van de veertigdagentijd, halfvasten. Zondag Laetare, wat betekent: verheug je!
De liturgische kleur is vandaag roze, er komt meer licht in het donker van het paars.
Wij luisteren straks naar Jezus, die ons een parabel vertelt. U heeft het schilderij hier voor het altaar (Rembrandt, de verloren zoon) natuurlijk allang herkend. Het licht valt op de vader en op de jongen/ man die geknield voor hem ligt. U kent, wij kennen het verhaal en toch is het steeds nieuw!
Iemand verlangt naar thuis, zijn afkomst, zijn wortels. Hier en daar ligt op uw stoel een plaatje, dat voor zich spreekt. Een ouder en een kind; losgerukt uit de eigen omgeving, ont- worteld! Dat is de realiteit van de helft, 50% van de Oekraïense kinderen in deze oorlog. Dat is de realiteit van zóveel kinderen, Jemen, Eritrea…De vader of moeder draagt een ontworteld huis op zijn rug mee. Wanneer zal het voor hen, deze kinderen, “eindelijk thuis” worden.
De keur lieten we paars. Maar toch vieren we de hoop, dat er een oplossing komt en vrede, dat het licht zal doorbreken.
Bovenaan deze zondag staan de woorden: het vieren van Gods barmhartigheid!

Overdenking 
Jan (Onland) heeft eens op een zaterdagavond deze prachtige afbeelding van Rembrandts schilderij “van de verloren zoon” bij het altaar geplaatst. Dat doen we opnieuw. Zo komt het verhaal ons intens nabij.
Als Jezus ons alleen dít verhaal had nagelaten als Evangelie, dan was dat voor ons genoeg geweest om te weten wie God is, om Jezus’ Vader te leren kennen. Jezus zegt: datgene dat de Vader mij heeft opgedragen dat heb Ik gedaan. Hij heeft dit verhaal ten volle geleefd!

We vonden een uitspraak van de theoloog Guardini uit zijn beroemde boek: De Heer, uit de jaren’60. Er staat: “De Liefde (met een hoofdletter) die het leven van Jezus draagt en die volgens de evangelist Johannes God zelf is, berust op deemoed”. Deemoed, barmhartigheid, chesed…zijn verwant. God is de deemoedig Liefhebbende!

Getroffen door dit schilderij, van deze Thuiskomst, schreef Henry Nouwen het boek van zijn eigen leven en zijn verlangen naar geborgenheid: Eindelijk Thuis. Zijn meest beroemde werk! Hij heeft er voor heel veel mensen een schat mee nagelaten! Tot op de dag van vandaag, want het beleeft steeds opnieuw een herdruk, wereldwijd. In één van zijn workshops voert hij als het ware de handen van de Vader sprekend op. De zachte, beschermende, tedere hand…en de krachtige, stevige…We lezen er een stukje uit voor:

“De ene hand zegt: “Ik heb je en ik houd je veilig vast omdat ik van je houd en ik zal je nooit verlaten. Je hoeft niet bang te zijn”. De ander zegt: ‘ga maar, mijn kind, zoek je eigen weg, maak fouten, leer, lijd, groei en word wie je moet zijn. je hoeft niet bang te zijn. je bent vrij en ik ben altijd bij je in de buurt…”


Beide handen horen bij elkaar! Het zijn de handen van de Onvoorwaardelijke Liefde  die zegenend op de schouders van het Kind liggen. 
Het Latijnse woord voor zegenen is benedicere. Bene betekent “goed” en dicere betekent: “spreken”. Benedicere, en zegenen dus ook, betekent: ‘goede dingen aankondigen ’en: elkaar bevestigen’.
Op het schilderij is de aanraking met de handen de zegen van de man, die het kind dat zijn vrouw en hij ter wereld gebracht hebben, er het teken van hoe hartstochtelijk hij zijn zoon, zijn zonen, bevestigt en liefheeft. 
Als hij al luistert, dan kan deze wegloper enkel horen: 
“ik ben zo dankbaar dat je weer thuis bent”! Ik heb je zien groeien en ik heb je altijd graag als een volwassene dichtbij me willen hebben. Ik heb je vreselijk gemist en ik heb op je gewacht. Jij bent het die ik gekoesterd heb, bemind heb in mijn hart”
Heel Jezus’ missie was er van te getuigen dat wij mogen delen in deze relatie met de Ene, een Liefde zónder voorwaarden!

Rembrandt. Zijn leven werd getekend door verlies: de dood van zijn prachtige vrouw Saskia, zijn jonge kinderen, uiteindelijk ook zijn bekende zoon Titus. Alleen zijn dochter Cornelia overleefde hem. Er wordt wel gezegd dat bij al dit verlies, met daarbij zijn steeds minder wordend gezichtsvermogen, hij niet verbitterd werd. En zijn misschien wel mooiste werk maakte; uit liefde! Aan het einde van zijn leven, bijna blind, schilderde hij deze bijna blinde vader, …de zoon die dood gewaand werd maar de weg naar huis aandurfde en de oudste zoon, toegewijd aan zijn vader, maar zoals we hoorden misschien verongelijkt, bitter. Dan is de weg naar zachtheid heel lang!
In een TV program vorige zondag vertelde een Nederlandse journaliste, dat zij een lang interview mocht hebben met president Zelenski. Of hij verbitterd was? Door de durende oorlog in zijn land Oekraïne. Verbitterd, ja, vanwege Europa, “want wij vechten ook voor jullie”, zegt hij. Maar vooral toch teleurgesteld. Omdat een broedervolk zijn broedervolk, zijn naaste is binnengevallen, niets en niemand ontziend. je broeder!! Een land met zoveel Russische landgenoten en Russisch- Oekraïense gezinnen. Toch is deze president in staat zijn waardigheid te bewaren, zijn menselijkheid. Hij zoekt inventief hulp voor zijn goede zaak. Voor zelfstandigheid en vrede. Voor die kinderen…Hij werkt gewoon vanuit zijn reguliere werkkamer. En is dus heel kwetsbaar voor een aanslag. Maar hij bewaart de hoop . Op ommekeer van het volk dat eens zijn broeder was.

Mag het voor zijn volk en voor hem Pasen worden. Dat is: thuiskomen! Mag het voor de mensen in Rusland die géén oorlog willen, géén bloedvergieten, Pasen worden. Mogen zij die ontworteld raken spoedig weer hun thuis vinden, in hun eigen land. De kinderen het eerst. Dat is opstaan, dat is Pasen, nieuw leven. Moge God, Vader- Moeder van alle leven en van alle mensen zich vol liefde over hen buigen en hen zegenen. En hen troosten om wat zij hebben doorstaan. Mogen wij doen wat in ons vermogen ligt. En mag ons gebed niet versagen. Opdat het ook voor ons echt Pasen mag worden. Amen.