Auteur: admin

28e zondag door het jaar, 10 oktober 2021

Inleiding
Van harte welkom in deze eucharistieviering. Fijn dat u gekomen bent om samen te vieren. Het is fijn om in dit uur even een pas op de plaats te maken. Om de band met elkaar en met god weer aan te halen.

Afgelopen woensdag is de kinderboekenweek begonnen. Het thema van dit jaar is: ‘Worden wat je wil.’ In het kinderboekenweekgeschenk is dit thema uitgewerkt. Het boekje heeft als titel: ‘Tiril en de toverdrank.’ Het verhaal speelt zich af in de context van de Noorse mythologie. Graag lees ik het begin van het verhaal voor:

“Het is het jaar 862. Odin, de oppergod van het Hoge Noorden, staat in de godenwereld op de uitkijk. Waar blijven zijn helpers Huginn en Munin? Ah, daar zijn ze! ‘Hoe was het bij de mensen?’ vraagt hij aan de twee gitzwarte raven, als ze op zijn schouders zijn neergestreken. ‘Gedragen ze zich een beetje?’ ‘Totaal niet’ krast Huginn. ‘Het is moord en doodslag in de mensenwereld!’ ‘Die barbaren helpen elkaar allemaal naar Thors bliksem,’ kraait Muninn. Odin slaakt een diepe zucht. ‘Als de mensen elkaar uitmoorden is eer straks niemand meer om in ons te geloven en dan houden wij op te bestaan,’ zegt hij. ‘Wij ook?’ krassen de raven schor. ‘Dat zou vreselijk zijn!’ Odin knikt. ‘Ik ga ingrijpen. Iemand in de mensenwereld krijgt de taak om van het Hoge Noorden één groot rijk te maken.’  ‘Een vechtersbaas dus,’ stelt Huginn voor. ‘Of een vredestichter,’ meent Muninn. ‘Iemand die bereid is om te vechten voor de vrede,’ zegt Odin. ‘Kennen jullie zo iemand?’…” (uit: Westera, B., (2021) Tiril en de toverdrank. Kinderboekenweek).

Deze laatste vraag heb ik gebruikt als leidraad voor de overweging. Kunnen we in de Schrift een antwoord vinden op deze vraag? 

Overweging
Niemand is goed dan god alleen, hebben we zojuist in het evangelie gehoord. Nou, lekker is dat. In mijn ogen is dat een behoorlijke dooddoener. Dan kunnen we wel inpakken. Wat zullen we ons dan nog druk maken?

De afgelopen week verschenen een grote hoeveelheid gelekte documenten uit belastingparadijzen; de zogenaamde Pandora papers. In deze documenten staan de namen van grote en minder grote leiders uit de hele wereld. Ook de naam van Wopke Hoekstra komt erin voor. Strikt genomen heeft hij niets fout gedaan. Of het handig was wat hij gedaan heeft, dat weet ik niet. Dat hij er spijt van heeft kan ik me voorstellen. Vanuit alle kanten is hij met kritiek overladen. De ene moraliserende berisping volgde op de andere. Grote woorden als het verlies van geloofwaardigheid werden uitgesproken. In combinatie met de schriftlezingen van dit weekend riep de hele zaak Hoekstra bij mij nogal wat vragen op.

Mag je als mens fouten maken? Afgelopen week was ik vanwege mijn werk op kennismakingsbezoek bij mijn studenten op de basisscholen waar zij stagelopen. In de gesprekjes met meerdere studenten kwam naar voren dat er nogal wat zijn die last hebben van perfectionisme. Het was voor al deze studenten vaak al van heel jongs af aan overduidelijk dat ze juf of meester willen worden. Maar dit perfectionisme belemmert hen nogal. Het staat hen eigenlijk vierkant in de weg en geeft hen soms het gevoel dat ze niet kunnen worden wat ze willen.

Mijn standaardvraag aan deze studenten is altijd: ‘Mogen jouw leerlingen fouten maken?’
Deze vraag wordt meestal volmondig met ‘Ja natuurlijk’ beantwoordt. Maar de daaropvolgende vragen: ‘Mag jij fouten maken?’ en ‘Waarom ben je zo streng voor jezelf?’ zijn lastiger te beantwoorden.

In de Hoekstra-zaak, heb ik me regelmatig afgevraagd waarom iedereen zo streng is. Hij heeft alles verkocht en aan de armen gegeven. Dat is best bijbels… Wordt hier, om met de Bijbel te spreken, uitgebreid gekeken naar de splinter in het oog van de ander, maar ziet niemand de balk in het eigen oog? Geldt hier misschien het motto: ‘eens een dief, altijd een dief?’ Mag je als mens fouten maken? Kun je het als mens ooit goed doen? Wanneer ben je goed genoeg?

Als ik één ding fijn vind aan de Bijbel, is het wel dat er verhalen in staan over echte mensen. De mensen die een belangrijke rol krijgen in het plan van god zijn vaak helemaal geen lieverdjes. Ik denk Bijvoorbeeld aan Mozes die toch de grote profeet van de bevrijding is in zowel jodendom, christendom als islam. Deze Mozes ziet de ellende van zijn volk. Als een van de tot slaafgemaakten uit zijn volk door een Egyptische soldaat wordt afgeranseld, slaat Mozes deze soldaat dood. Daar gaat het plan van god; einde oefening zou je denken. Maar nee, deze toch wel pittige fout die Mozes gemaakt heeft weerhoudt god er niet van hem een belangrijke rol toe te kennen in zijn vredesplan.

Ik denk aan Jacob die een bedrieger is. Jacob die alles doet om het eerstgeboorterecht te verkrijgen. Hij is verre van perfect, maar hij krijgt wel een belangrijke rol als Aartsvader in het grote verhaal van god met de mensen.

Ik denk ook aan koning David die zijn beste vriend op oorlog stuurt waarbij hij zeker weet dat zijn vriend zal omkomen. En dat allemaal omdat hij verliefd is geworden op de vrouw van zijn vriend en haar voor zichzelf wil hebben. Uit het geslacht van deze koning zal messias, de koning van de vrede geboren worden.

Allemaal mensen-mensen met hun kracht én met hun zwakheid. De Bijbel laat ons zien hoe we mens kunnen worden met vallen en opstaan. Maar hoe kunnen we dan weer opstaan als we gevallen zijn? En daaraan gelijk: hoe kunnen we anderen helpen op te staan als ze gevallen zijn. De schrift geeft mogelijk een antwoord op deze twee vragen.

Het antwoord heeft volgens mij te maken met kijken. In de eerste zin van de eerste lezing van vandaag is dit kijken gekoppeld aan bidden. Bidden is verder kijken dan het ons bekende, verder kijken dan het zichtbare. Bidden is je bewust zijn van en je richten op dat wat ons overstijgt, degene die ons overstijgt. Bidden is je blik richten naar boven en naar buiten. Tegelijkertijd is bidden tot inkeer komen en kijken naar je binnenste, naar je diepste zelf. Dan is bidden niet, zoals bij Sinterklaas, een verlanglijstje voorleggen aan god. Daarmee plaats je de verantwoordelijkheid buiten jezelf. De woorden van ons bidden werken als een bewustwording, waarbij we tot het inzicht kunnen komen van onze plek en onze rol in de wereld. In de eerste lezing staat dan ook: ‘Ik bad en inzicht werd mij geschonken, ik smeekte en de geest der wijsheid kwam over mij.’

In het evangelie van deze zondag is meerdere keren te lezen dat Jezus de ander aankijkt. De eerste keer kijkt hij de rijke jongeling aan. Pas bij tweede lezing zag ik hoe Jezus naar deze jongeling kijkt: ‘Jezus kijkt hem liefdevol aan.’ Ook daar ligt misschien wel een sleutel voor ons. De ander zien met compassie. De ander zien en bewogen worden. Dan kunnen we (zoals Maxima liefdevol over onze koning zei) over de ander zeggen: ‘Hij was een beetje dom.’ Zonder de ander meteen helemaal af te branden. Maar tegelijkertijd ook liefdevol naar jezelf kunnen en durven kijken. Want god liefhebben, is jezelf liefhebben, is de ander liefhebben. Dit kan in elke inwisselbare volgorde, maar nooit los van elkaar.

Alleen van jezelf houden levert narcisme op, waarbij de ander alleen maar in dienst staat van jou en jouw behoeftes. Alleen van de ander houden kan slaafse mensen opleveren die niet voor zichzelf kunnen opkomen. Die zo zichzelf wegschenken, dat er eigenlijk niets meer te schenken valt. Alleen van god houden levert mensen op die niet van deze wereld zijn. Zo opgaan in god kan zelfs leiden tot fundamentalisme, waarbij alleen jij weet wat god wil. Deze drie samen vormen een soort garantie voor echte liefde. Misschien is dit wel de humus, de goede grond om te kunnen groeien. Een veilige basis om te kunnen worden wat je wil. Dan kunnen we met Augustinus zeggen: ‘Heb lief en doe wat je wilt.’ Dan is er misschien sprake van leven als eeuwig leven. Dan komt het Koninkrijk van God misschien wel nabij.

Wie kan het Koninkrijk van God binnengaan? Wie wil al hier op aarde bouwen aan dit Rijk van gerechtigheid en vrede? Wie durft zijn nek uit te steken? Net als in het kinderboeken-weekgeschenk wordt ook in de Schrift gezocht naar ménsen die bereid zijn te vechten voor de vrede.

Kennen jullie zo iemand?

24e zondag door het jaar, 12 september 2021

Inleiding
Welkom in deze eucharistieviering. Fijn dat u gekomen bent. Toch zou ik u een vraag willen stellen. Waarom bent u in godsnaam hier naartoe gekomen? Misschien verbaast u zich over deze vraag. Maar dat is ook precies mijn bedoeling. In de evangelielezing van deze zondag stelt Jezus een vraag aan zijn leerlingen. Een vraag die bij mij verbazing en verwondering oproept en die me aan het denken zet.

Afgelopen vrijdag had ik een vergelijkbare ervaring. Ik was met mijn auto op weg naar de garage. Het was weer tijd voor de jaarlijkse APK-keuring. Op de N35, net voorbij Zwolle richting Nijverdal, zag ik in de berm een geel bord staan. Ik vermoedde dat dit een verkeersmededeling zou zijn. Vandaar dat ik me focuste op dit bord om de tekst goed te kunnen lezen. Op dit gele bord stond echter helemaal geen verkeersmededeling, maar was echter de tekst te lezen: ‘Wie gelooft in de Zoon van God heeft eeuwig leven’.

Mijn eerste reactie was die van verbazing en verwondering. Snel daarop was mijn tweede reactie: ‘Dit kan ik mooi gebruiken voor de overweging.’ Want zowel de vraag van Jezus die we straks horen in het Evangelie, als deze tekst op het gele bord, roepen bij mij vragen op.
Waar geloven we in?
In wie geloven we dan?
Wat betekent het als we zeggen dat we geloven?

Overweging
In de inleiding vertelde ik dat verbazing mij overviel bij het lezen van de tekst op het gele bord. Dat is eigenlijk ook aan de orde bij het lezen van de tweede zin van het evangelie van deze zondag. Hier stelt Jezus zijn leerlingen de vraag: ‘Wie zeggen de mensen dat ik ben?’ Waarom stelt jezus deze vraag? Zit hij in een soort van identiteitscrisis? Laat deze vraag zien dat Jezus diep vanbinnen een onzeker en kwetsbaar mens is, die op zoek is naar bevestiging van anderen?

Net als in mijn vorige overweging, moet ik ook nu aan de zeventigste verjaardag van Koningin Juliana denken. Daarbij denk ik nu specifiek aan de film die toen uitkwam. Deze film heb ik als veertienjarige in de bioscoop gezien. Na het zien van deze film, zijn vooral de beelden van de inhuldiging me bijgebleven. Bij haar inhuldiging beschreef de nieuwe koningin het bijzondere en mooie, maar ook het zware van de taak waartoe zij geroepen was. Dit ontlokte haar de woorden: ‘Wie ben ik dat ik dit doen mag?’ Deze woorden kwamen bij mij binnen, ze raakten mij. 

Misschien is het goed jezelf af en toe te bevragen.
‘Wie ben ik?’ 
‘Wat doe ik?’ 
‘Wie ben ik dat ik doen mag wat ik doe?’ 
In mijn ogen zijn de woorden van deze vragen geen woorden van zwakte. Als veertienjarige, maar ook nu nog, beleef ik de woorden van Juliana als heel krachtig. Dat uitgerekend de nieuwe koningin deze woorden sprak, maakt het volgens mij extra bijzonder. Met deze vraag zet zij zichzelf én ons aan het denken over haar positie. De vraag daagt ons uit haar vraag te herhalen: ‘ja wie ben jij eigenlijk dat je dit mag doen?’ 

Door de vraag te stellen, verdwijnt de vanzelfsprekendheid. De vraag daagt ons uit na te denken om daarmee de vanzelfsprekendheid van het erfelijk koningschap vanuit verschillende perspectieven te kunnen bekijken. Kun je zo ook naar de vraag van Jezus kijken? Juliana stelt haar vraag aan zichzelf en daarmee indirect aan ons. Jezus stelt zijn vraag aan zijn leerlingen en in het evangelie van deze zondag ook aan ons. Kan deze vraag ons uitdagen na te denken? Kan deze vraag ons laten zoeken naar een antwoord? Kan deze vraag iets doen aan de vanzelfsprekendheid waarmee de meesten van ons geloven omdat we nu eenmaal als baby gedoopt zijn? Kan deze vraag ons gelovig-zijn in een ander perspectief plaatsen?

Als de leerlingen antwoorden wat ‘men’ zegt, is dat voor Jezus niet voldoende. Hij scherpt zijn vraag aan. Wie zeg jij dat ik ben? Samen met de leerlingen worden wij met deze vraag heel persoonlijk aangesproken. Durven wij ons zo persoonlijk aan te laten spreken? Kan deze vraag ons op z’n minst aan het twijfelen brengen waardoor we aan het denken worden gezet? Kan de daarmee ontstane twijfel ons ruimte geven om in geloof te kunnen groeien? Gaat het dan om een groei tot aan de hemel of is er een grens aan groeien en moeten we niet almaar groter groeien, maar moeten we juist kleiner groeien?

Deze laatste vraag heb ik niet van mezelf. Die vraag komt uit een artikel in Trouw van afgelopen dinsdag. Roek Lips interviewt hier de bioloog Willem Beekman. Deze bioloog is gefascineerd door het wonder van de natuur. Hij kan zich bijvoorbeeld verbazen over de groei van rups naar vlinder. Als kind heeft hij ooit een pop opengepeuterd. Het was een grote teleurstelling. Wat hij zag was snot. Geen rottingsproces, want het stonk niet. Maar in deze tussenfase van snot was er geen rups meer en er was nog geen vlinder. De rups moet blijkbaar alles opgeven om uiteindelijk te kunnen uitgroeien tot vlinder. Voor mij klinken hier de woorden van Jezus uit het evangelie van deze zondag in door: ‘Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen. Maar wie zijn leven verliest omwille van mij en van het Evangelie zal het redden.’

Dit zijn grote woorden. Loslaten is best spannend. Het vraagt een groot vertrouwen. Het vraagt om een leven in overgave. Uit woorden van de eerste lezing spreekt zo’n groot vertrouwen: ‘Hij die mij zal vrijspreken is nabij. Wie is mijn tegenstander? God de Heer zal mij helpen.’ In het Evangelie scherpt Jezus leven in vertrouwen nog aan als hij Petrus vermanend toespreekt dat hij zich laat leiden door menselijke overwegingen en niet door wat god wil. Maarja, hoe weet je nou wat gods wil is? Geloven is in zekere zin een sprong in het diepe. Het is je overgeven. Het is je zekerheden loslaten. Het is de moed hebben om vanuit verwondering elkaar steeds te bevragen om zo een open dialoog te starten.

Iedere zondag komen we samen om ons te verbazen, om ons te verwonderen over de verhalen die klinken. De woorden van de oude verhalen zijn voor ons als een spiegel. 
Wat staat er geschreven?
Wat zegt dit mij?
Wat zegt dit óver mij?

De bioloog Willem Beekman spreekt over een kaal en kil leven als we niet meer zoeken naar zinvolle verbanden en naar schoonheid. Uiteindelijk moet je het in jezelf vinden zegt hij. Dat is een zoektocht met als leidende vraag: ‘Waar word ik door geïnspireerd?’ 

Kan Jezus voor ons zo’n inspiratiebron zijn? Kan jezus ons op het spoor van deze zoektocht zetten? Durven we loslaten en samen in vertrouwen zoeken naar een manier van leven met zinvolle verbanden, een leven in schoonheid? Durven we straks volmondig in de geloofsbelijdenis te zeggen: ‘Ik geloof…’ met alle consequenties die daarbij horen? Want in de tweede lezing staat: ‘Broeders en zusters, wat baat het een mens te beweren dat hij geloof heeft als hij geen daden kan laten zien?’ 

Kan leven vanuit ons geloof ons zo inspireren dat we de woorden ook om kunnen zetten in daden? Dat we samen blijven geloven in het koninkrijk van god. Dat we met elkaar bouwen aan een wereld van gerechtigheid en vrede zodat het leven voor iedereen eeuwig leven kan zijn? Durven we dit avontuur aan waarbij we weten dat het best zwaar en moeilijk is, maar ook zo mooi en wonderbaar, dat we ons zullen afvragen:
‘Wie zijn wij dat we dit mogen doen?’

23e zondag door het jaar, 5 september 2021

Inleiding
Van harte welkom deze prachtige nazomer-zondag. Ook vandaag mogen onze stemmen weer klinken in het samen zingen van het slotlied. Elkaars stem horen, na deze lange coronatijd, dat is een vreugdevol iets en vorige week bleek hoe geweldig dat was. Samen zingen, samen horen. Het kan ons hart en onze ziel zo goed doen. En het is niet “gewoon”… U zag het al op uw boekje: Hij laat doven horen. Het kan zomaar gebeuren dat een ander je leidt op de weg naar nieuw leven. Dat onze viering ons dichterbij mag brengen bij Jezus Christus, die eens tegen Johannes de Doper liet zeggen: blinden zien, doven horen, lammen kunnen lopen en aan armen wordt de Blijde Boodschap gebracht. Dat is: Evangelie. Moge dat aan ons gebeuren, vandaag…

Overweging
Ik heb gezocht op mijn kamer, in onze bibliotheek waar een map met Maria- afbeeldingen ligt en tenslotte op internet. Ik heb haar helaas niet gevonden…en toch moet ze ergens zijn: “Maria met het grote oor”. Ik herinner mij haar nog. Haar lange golvende haren heeft ze achter haar oor gedragen. En dat oor was ten opzichte van haar gelaat heel groot. Maria, de horende, zij die luistert: “Mij geschiede naar uw Woord” Helemaal afgestemd op Gods stem in haar leven en innerlijk. De afbeelding kwam als eerste in mij op bij het zien van de Evangelietekst die zojuist werd gelezen. En ik noemde aan Klaas dat wonderlijke plaatje. Over doofheid, nee, over een concrete dove mens, gaat het vandaag. Een pareltje van een genezingsverhaal, bijna en passant geplaatst tussen twee tekens over brood en spijziging van een menigte mensen… en na dat andere wonderverhaal: de genezing van het dochtertje van een niet- joodse vrouw. 

Doofheid. Met het ouder worden treedt bij de meeste mensen gehoorverlies op. Verlies van hoge of juist lage tonen. Het selecteren van woord en geluid wordt moeilijker, en meestal vooral in een groep. Je kunt je geïsoleerd voelen en je terugtrekken. Soms raken mensen echt in een isolement en worden eenzaam. En is een ander vaak degene die een duwtje geeft: is het niet goed om…?

Soms is doofheid ernstige doofheid en aangeboren. Eerder dan vroeger, – al bij een pasgeboren kindje- kan het gelukkig worden ontdekt en wordt er samen met ouders en verzorgers alles aan gedaan om de spraak-taal ontwikkeling te stimuleren. En ook al heel vroeg zijn gehoorapparaatjes mogelijk! Ik weet uit mijn kennissenkring, hoe blij en gelukkig en opgelucht ouders waren als hun kindje adequaat op hun stemmen reageerde, hun klank en woorden.

Een vriendin werd als kind door een ziekte ernstig doof en pas véél later in haar volwassen leven kwam de techniek om via een operatie bij of aan de gehoorzenuw het horen opnieuw mogelijk te maken. Een heel kostbare operatie. Hoe spannend moet dat zijn geweest en wat een beleving! Weer horen weliswaar met een bijzonder apparaat.
Nu wil dit geen geneeskundig exposé worden, maar het geeft wel aan hoe ingrijpend doofheid is…en wat het voor die mens uit het Evangelie moet zijn, om met een duwtje in de rug naar Jezus gebracht te worden. Dat hij naar Hem geleid werd is een mooi detail. Ook een lamme werd eens, door vier van zijn vrienden, op een bed, door het dak van het huis, voor Jezus gebracht. Of hijzelf in een wonder geloofde weten we niet. Zijn vrienden wel, zij geloofden én vertrouwden op Jezus’ barmhartigheid. En we hoorden wat er gebeurt:
–          Jezus neemt de mens apart. Even weg uit de menigte, een rustige plek;
–          Hij raakt met zijn vingers diens oren aan en de mond met speeksel van zijn eigen spraakorgaan;
–          slaat met een zucht, een stil gebed, zijn ogen op naar zijn Vader in de Hemel
–          en spreekt één enkel woord: Effeta, Ga open!
–          Ga open, lééf, kom naar buiten, ga! Je mag er zijn.

Mensen, zij, wij hebben elkaar nodig. Vanaf de Schepping zijn wij elkaar gegeven, als een hulp, een tegenover, een sparringpartner, een naaste.

Doofheid, blindheid… iemand zei eens: ik weet niet of ik weer ziende zou willen zijn! Vol- waardig in het leven staan, met eigen waarde betekent niet dat dat onmogelijk is voor een niet horende, een niet ziende…en vaak zijn andere zintuigen veel scherper ontwikkeld dan bij ziende of horende mensen!!

“Ga open”, reikt verder, verder dan de situatie van deze mens, naar ons allen. Dat wij echt luisteren, elkaar proberen te verstaan, proberen de antenne te ontwikkelen om ook tussen de regels te luisteren, wanneer niet alles expliciet gezegd kan worden. Omdat het te zwaar is, te moeilijk.

Echt luisteren, ópen voor ándere geluiden, ándere woorden, over geloof bijvoorbeeld, dan je gewend bent of als opvatting hebt. Vorige week zaterdag 28 augustus vierden de Norbertijnen en vriendenkringen in Heeswijk het 900 jarig jubileum van onze Orde. In het korte maar mooie bezinningsprogramma in de middag was er o.a. een bijdrage- middels een filmpje- van drie van Rob’s pabostudenten. Over geloof, levensstijl, over hun gedachten daarover, over wat een klooster is…hun gedachten daarbij(..) en met prikkelende vragen. Botsen ze, geloof en levensstijl? Moet je geloven om naar de kerk te gaan?…en wat is geloven dan… Zo authentiek en open. Zo oprecht. Zo hórenswaardig…

Effeta, ga open, een wonder van liefde en mededogen. Van zorg en nabijheid. En als het bij ons christenen erom gaat Jezus steeds beter na te volgen in horen en doen, dan is er genoeg werk dat op ons wacht!

Ik wil eindigen met een deel uit een interview met onze abt- generaal Jos Wouters, over gehoor geven en luisteren…dat er mooi bij aansluit

“Laatst las ik dat een gelovige iemand is die luistert. De aandacht spitst om de aanwezigheid Gods in het leven op te vangen. Dit impliceert een aandachtig en innerlijk zwijgen. En daadkracht. Want luisterend krijgen we ook begrip voor wat Hij zich aantrekt. Als ik goed luister, stroomt zijn zorg in concrete daden ook door mijn handelen heen. Ik weet het niet, maar luister steeds opnieuw…”

En hij eindigt dit stukje, waar ik ook wel wat uit wegliet, met de woorden van zijn oudoom: “We komen wel waar we wezen moeten”. Misschien is dat wat het visioen van de profeet Jesaja zegt: het messiaanse rijk, het Rijk der Hemelen, niet ooit maar hier en nu tussen mensen.
Amen. 

900 jaar Norbertijnen, op het Hoogfeest van St. Augustinus, 28 augustus 2021

Op zaterdag 28 augustus 2021 vierden wij in de Abdij van Berne, samen met onze participanten en Brongemeenschap, en samen met de broeders van Heeswijk en Tilburg en hun participanten en vriendenkringen, in een feestelijke eucharistieviering het jubileum van onze orde: 900 jaar! Bisschop Gerard de Korte was de hoofdcelebrant en hieronder treft u zijn overweging aan.

Broeders en zusters,
voor het oude Israël was God overal te ontmoeten.
Denk maar aan psalm 139: ‘waar ik ook ga of sta: Gij zijt bij mij’.
Maar voor datzelfde Israël waren er ook concentratiepunten van Gods aanwezigheid.
En dat was natuurlijk bij uitstek de grote tempel in Jeruzalem.
Daar was God bij uitstek te vinden. Vandaar dat wij weten dat Joden van allerlei streken naar Jeruzalem trokken op bedevaart om in de grote tempel van Jeruzalem te offeren en te bidden.

Vandaag hebben we geluisterd naar een hele mooie en ook wat opvallende tekst uit Jezus Sirach over die hogepriester Simon. Op een hele poëtische manier wordt die hogepriester geschetst en het lijkt te gaan over die hogepriester maar ik denk dat we kunnen zeggen ‘nee, het gaat natuurlijk uiteindelijk over de tempel’.
Alles wat er over die priester wordt gezegd is gekoppeld aan zijn werk in het heiligdom van de Heer.
De glans van deze priester is ontvangen vanuit de verbondenheid met het huis van God, plek van Godsontmoeting bij uitstek.

Ook Jezus, we weten het: Hij trok bij gelegenheid van de hoge feesten van Israël op naar Jeruzalem, om daar in het huis van zijn Vader te bidden.
En Hij was boos, op één van de plekken in het Nieuwe Testament waar Jezus zelfs beschuldigd kan worden dat Hij geweld gebruikt heeft, toen Hij zag dat dat huis van God een markthal was geworden waar allerlei offerdieren werden verhandeld. “Dit is een huis van gebed, dit huis van mijn Vader is een huis van gebed. Maak er toch geen markthal van.”
En tegelijkertijd weten we óók dat Jezus de tempel heeft gerelativeerd. Voor Joodse oren denk ik nogal dramatische taal “Breek deze tempel af en Ik zal hem in drie dagen doen herrijzen”.
We weten: op het moment dat het evangelie geschreven is, de tempel al verwoest was. Er was geen tempel meer in Jeruzalem aan het einde van de eerste eeuw.
Maar tegelijkertijd is er in de Christelijke beleving een verschuiving gekomen van een gebouw van hout en steen, hoe mooi ook, naar de persoon van Christus zelf. Hij is immers dat huis dat na drie dagen weer is opgebouwd.
Uiteindelijk gaat het in ons christelijk geloof om de vriendschap, om de verbondenheid met de opgestane Heer, de levende Christus, dat kloppend hart van het christelijk geloof. En wij zijn geroepen om de weg te gaan van de navolging. Om, met de woorden van het evangelie van vandaag, onze talenten zo goed mogelijk te ontwikkelen.
De parabel van de talenten is een ingewikkelde parabel met allerlei vragen die het oproept. Maar misschien mogen we er vandaag dit van zeggen: als we nadenken over ‘wat zijn dan die talenten?’ Is dat niet alles wat God aan ons geschonken heeft? Alles wat we zijn en hebben? En heel opvallend is dat die derde knecht, die derde dienaar, dat die er niets mee gedaan heeft, staat er in de tekst “omdat die angstig was”. “Uit angst heb ik het geschonken talent begraven… hier hebt u het terug.” 

We vieren vandaag 900 jaar Norbertijns leven. Terug naar 1121. 
Door de eeuwen heen heeft Norbertus grote invloed gehad. Als je zijn levensschets leest dan zie je hoe breed zijn invloed al was om overal in heel West Europa hij gewerkt heeft en invloed had. En het woord dat dan valt, ik las het ook vorige week in dat mooie artikel in het Brabants Dagblad, is dan ‘Vita Mixta’. Wat kenmerkt Norbertijns leven? Dat is die combinatie van contemplatie en actie. En hoezeer hebben die Norbertijnen dat ook in Nederland, in ons eigen Brabant, gestalte gegeven. Automatisch denk ik dan aan Pater Van den Elzen die natuurlijk een enorme rol gespeeld heeft bij de emancipatie van de Brabantse boeren; hen geholpen heeft om hen een fatsoenlijk leven te geven door samen te werken, door coöperaties te vormen. 
Zo zijn de talenten van de Norbertijnen in beeld gekomen, die combinatie van gebed, van contemplatie en van actie. Steeds opnieuw in de prachtige abdijkerk samenkomen om te zingen en te bidden, om te luisteren naar het Woord, om Christus te ontmoeten in het sacrament om dan van daaruit in actie te zijn. Ook in meerdere parochies van ons bisdom. Om er te zijn met een prachtige uitgeverij en een boekwinkel. Om er te zijn, vanochtend las ik dat nog in een sympathieke ingezonden brief in het Brabants Dagblad, voor Syrische en andere vluchtelingen. Om zo te laten zien wat het betekent te woekeren met de jouw geschonken talenten. 

Het thema was: ‘Verworteling en de vleugels uitslaan’. Wortels en vleugels. Geworteld in negen eeuwen Norbertijns leven en tegelijkertijd uitkijken naar de dag van morgen. 
Als het gaat om de toekomst van de Kerk, ook de kerk van ’s Hertogenbosch, dan spreek ik althans veel over kwetsbaarheid. Ik denk dat dat een woord is dat de kerk van vandaag het meest karakteriseert. Dat geldt denk ik ook voor het religieuze leven. We weten van onze kwetsbaarheid. Veel is over de toekomst niet te zeggen. Maar we mogen wel ervan overtuigd zijn dat de opgestane Heer, dat Jezus Christus met ons meetrekt, die toekomst tegemoet. En dat kan ook voldoende zijn om hoopvol te blijven om te doen wat ons te doen staat, wetend dat, zoals Paulus dat zegt, de ene plant en de ander begiet, maar dat God uiteindelijk de groeikracht geeft, ook voor Norbertijns en ander religieus leven naar de toekomst toe. 
Ik ben oprecht dankbaar voor het feit dat de sterke polarisatie zoals die in het recente verleden is geweest, is weggeëbt; dat bisschop en abt op een vriendschappelijke manier met elkaar kunnen omgaan. Dat we samen weten voor eenzelfde taak te staan: dat evangelie van Christus door te geven aan de nieuwe generaties. Dat we zo de krachten bundelen in die kwetsbare kerk van vandaag, mensen zijn die onze talenten zichtbaar maken. 
De lezing van vandaag was genomen uit Jezus Sirach. 
In het directorium werd gewoon de lectio continuo aangehouden, ik heb er ook over gepreekt vanochtend in de kathedraal. En daar valt een heel mooi woord op: Philadelphia. Paulus spreekt in de eerste brief aan de Tessalonicenzen over Philadelphia, over ‘broeder- en zusterliefde’.  Is dat niet precies waartoe u geroepen bent als Norbertijnse gemeenschappen hier en ook in Hierden en op andere plekken in ons land, maar waar we als gedoopten allemáál toe geroepen zijn: Philadelphia, broeder- en zusterliefde gestalte geven, vandaag en morgen. In kracht van de heilige Geest zijn we tot veel in staat. 
Amen.
Hieronder ziet een afbeelding van de boekenlegger die tijdens de communie werd uitgereikt. Met de uitleg van de symboliek die gebruikt is.

De stam staat voor onze diepgewortelde basis in de traditie.
Op deze stam ligt het Boek dat ons inspireert bij het zoeken naar de invulling van ons religieuze leven.
Het is ook het boek van onze norbertijnen geschiedenis. De rechterpagina is nog onbeschreven. Daar is plek voor het verhaal van de toekomst.
De vlinders staan voor de mogelijkheden waarin ons leven zich naar de toekomst toe kan ontpoppen.

21e zondag door het jaar, 22 augustus 2021

Lezingen: Joz. 24,1-2a.15-17.18b; Ef. 5, 21-32; Joh. 6, 60-69

INLEIDING
Welkom allemaal in deze viering. Op de voorkant van het boekje vindt u het thema van deze viering: ‘Kiezen voor hem.’

Afgelopen week heb ik een paar dagen op ons landgoed gewerkt met familie van Janny. Met één van haar achterneefjes van 15 banjerde ik door de gracht om kattenstaarten uit de modder te trekken. Na de vakantie begint hij aan zijn vierde jaar op het Gymnasium. We raakten in gesprek over de keuze van zijn profiel, hoe hij tot zijn keuze kwam, over de twijfel die hij had. Want de keuze van zijn profiel is al medebepalend voor de keuze van zijn vervolgstudie. En toen kwamen we over nog meer keuzes te spreken. zoals waar je gaat studeren of je op kamers wilt of niet wat dit betekent voor een eventuele studieschuld. Kortom, dit gesprek maakte maar weer eens duidelijk dat keuzes maken, niet zo eenvoudig is. Kiezen voor iets, is ook altijd kiezen tegen iets anders.

Wat betekent het als wij zeggen dat we kiezen voor Jezus? Waar baseren we deze keuze op?
Waar kiezen we dan voor? Het is niet zomaar een vrijblijvende keuze. Het is zowel een lastige als een mooie keuze. Het is een keuze die alles te maken heeft met liefde in vrijheid. Daar wil ik in de overweging graag bij stil staan.

OVERWEGING 
Afgelopen week zijn er twee opvallende keuzes gemaakt. Er is een mannensociëteit opengesteld voor vrouwen. Daarnaast wordt er bij het toekennen van het gouden kalf voor beste acteerprestatie, geen onderscheid meer gemaakt tussen mannen en vrouwen. In het kader van de tweede lezing vielen deze nieuwsfeiten mij in het bijzonder op.

In 1994 werd een prijs voor beste acteerprestatie in televisiedrama ingevoerd. Nadat deze prijs in vier opeenvolgende jaren was gewonnen door een man, werd in 1998 een onderverdeling gemaakt tussen mannen en vrouwen. Dit zei niets over de verhouding tussen mannen en vrouwen, het was bedoeld om de vrouw ook goeie kansen te geven. Omdat er minder vrouwelijke hoofdrollen zijn, was het logisch dat de mannen vaker wonnen. Nu kregen ook de vrouwen een eerlijke kans.
 
Inmiddels zijn we ruim 20 jaar verder. Een woord als genderneutraal is in de huidige tijd een actueel woord. Het verschil tussen man en vrouw is maar één van de verschillen tussen mensen. Tegenwoordig wordt op een andere manier naar het verschil tussen mannen en vrouwen gekeken. Wat ooit bedoeld was om vrouwen een evenredige kans te geven, wordt twintig jaar later gezien als een belachelijk en achterhaald onderscheid tussen mannen en vrouwen. Je zou daarbij ook de vraag kunnen stellen hoe mensen over honderd of tweehonderd jaar terugkijken naar de tijd dat er een prijs was voor apart voor mannen en vrouwen acteurs. Zou men dan kunnen zien dat het bedoeld was om vrouwen een eerlijke kans te geven? Of zou men het als bewijs opvoeren dat mannen en vrouwen nu eenmaal niet gelijkwaardig zijn? 

In een korte tijdspanne van 20 jaar is een grote verandering van betekenis opgetreden. Als zo’n grote betekenisverandering al in 20 jaar kan ontstaan, hoe zit dit dan met de verhalen uit de Schrift? Hoe verstaan wij woorden en ideeën die niet 20 jaar, maar meer dan 2000 jaar oud zijn? Dit brengt mij bij het thema van deze viering. Waar kiezen we voor, als we op basis van de oude verhalen een keuze voor Jezus maken? Kunnen wij de verhalen wel verstaan? Op basis van welke uitleg maken wij onze keuze?

De keuze om in het voetspoor van Jezus te gaan, wordt in de tweede lezing verwoord in termen van bruidsmystiek. Het huwelijk als beeld voor de band tussen mensen onderling en de band tussen Christus en de mensen. In de tweede lezing staat dan ook: “Daarom zal de man vader en moeder verlaten om zich te hechten aan zijn vrouw en die twee zullen één vlees zijn.” Ik denk dat Paulus gezocht heeft op welke manier hij heel expliciet het wonder en de schoonheid van de verbondenheid tussen mensen aan de ene kant en tussen god en mensen aan de andere kant zou kunnen duiden. Het mooiste beeld dat hij zich kon bedenken was het beeld van het huwelijk. Ik denk niet dat hij zich had kunnen bedenken dat eeuwen later dit prachtige beeld misbruikt zou worden om homoseksualiteit te verbieden.

Het huwelijk was in die tijd alleen mogelijk voor een man en een vrouw. Paulus kon dus niet anders, dan deze beeldspraak op deze manier te gebruiken. Het zou tot 2001 duren voordat het eerste huwelijk tussen twee mannen en twee vrouwen gesloten werd. Tegenwoordig kan huwelijksmystiek anders gezien worden. Omdat het huwelijk breder is, kan in onze tijd ook de betekenis van huwelijksmystiek verbreed worden. In de huwelijksmystiek gaat het om een diepe liefde die tot een eenheidservaring kan leiden. Een diepgevoelde liefde tussen twee mensen, man en vrouw, man en man, vrouw en vrouw, die bevestigd wordt in een verband, in een verbond het huwelijk. Die liefde is als de band, het verbond tussen Christus en zijn kerk, het verband, het verbond tussen god en mensen.

Kiezen voor de weg van Jezus, is kiezen voor de liefde: God liefhebben en je naaste gelijk jezelf. Het is die driedeling die belangrijk is. God liefhebben is niet abstract. Het is je naaste liefhebben en het is jezelf liefhebben. Deze context geeft misschien ook betekenis aan het begin van de tweede lezing. In zijn brief aan de Efeziërs, roept Paulus op tot onderdanigheid aan elkaar. In mijn beleving klinkt onderdanigheid niet positief. Het roept bij mij eerder het beeld van slaafsheid op, van een ongelijkwaardige relatie. Ik moet hierbij denken aan de woorden van Jos Brink toen hij koningin Juliana feliciteerde met haar 75ste verjaardag. Hij zei dat de zaal vol zat met onderdanen en dat de koningin dus eigenlijk de enige bovendaan is. 

Die woorden van Jos Brink geven voor mij kleur aan de oproep om elkaar onderdanig te zijn. Het kan geen oproep tot een slaafse onderdanigheid zijn. Dat zou ook in strijd zijn met de woorden uit de eerste lezing. Jozua vraagt het volk welke god ze wil dienen. Het antwoord is ondubbelzinnig duidelijk: “De Heer onze God heeft ons en onze vaderen uit Egypte geleid, uit het land van slavernij.” De keuze voor de eeuwige wordt nadrukkelijk in het licht van Exodus, de bevrijding uit de slavernij geplaatst. De oproep van Paulus tot onderdanigheid kan ik dan ook alleen maar in die context lezen. Als iedereen onderdanig is, is er geen bovendaan. De enige bovendaan is Christus. Verder is er de mens, die in gezamenlijke onderdanigheid gelijkwaardig is. De mens, die geliefd wordt en die liefheeft. 

Kiezen voor de weg van Jezus is kiezen voor elkaar. Die keuze voor elkaar is gebaseerd op respect, zorg en aandacht. Het gaat er niet om de ander te overheersen. Er is per slot van rekening maar één bovendaan: Christus. Hem als heer erkennen is elkaar in liefde als een gelijkwaardige huwelijkspartner erkennen. 

Straks bij het breken en delen van brood en wijn worden we uitgenodigd te eten wat we in wezen zijn: Het ene lichaam van Christus. Daar zit een aspect van de huwelijksmystiek. Wij zijn met elkaar het lichaam van Christus. We hebben een lichaam, maar we zijn het lichaam van Christus. In die zin vallen we dus niet samen met ons lichaam. Kiezen voor Jezus is best lastig. Het is staan in het spanningsveld van het lichaam dat we hebben en het lichaam dat we zijn. 

Door het lichaam dat we hebben, is er verschil, is er onderscheid, is er afstand naast nabijheid. Het lichaam dat we zijn trekt ons als het ware boven het lichaam dat we hebben uit. Het is het mysterie van de liefde die ons uit onze ik-gerichtheid trekt en ons in een groter geheel plaatst. Als lichaam van Christus is er sprake van een eenheid die diep is als de liefde tussen man en vrouw, man en man, vrouw en vrouw, diep als de liefde tussen twee mensen die van elkaar houden.

De apostelen zeggen in het evangelie van vandaag: Deze taal stuit iemand tegen de borst. Kiezen voor Jezus is blijkbaar niet kiezen voor de makkelijke weg. Wel voor een mooie weg. In zijn brief aan de Galaten geeft Paulus voor mij nog een extra invulling aan de betekenis van de huwelijksmystiek. Aan de betekenis dat we samen het lichaam van Christus zijn: “Want allemaal bent u in Christus gedoopt, met Christus bekleed. Er is geen Jood of Griek meer, er is geen slaaf of vrije, het is niet man of vrouw: u bent allemaal één in Christus Jezus.

13e zondag door het jaar, 27 juni 2021

Inleiding
U ben allen van harte welkom, of liever: wij mogen elkaar welkom heten in Gods huis, op deze prachtige hoogzomerse zondag. Zonder mondkapje! Voor veel mensen een zegen, zeker voor hen die wat moeite krijgen met het gehoor.
De “gewone” groene zondagen, buiten de hoogfeesten, die geven ons de gelegenheid om Jezus te volgen op zijn weg. Om Hem te ontmoeten en steeds beter te leren kennen. Vorige week hoorden we het verhaal van de storm op het meer, en Jezus’ woord: “Vrees niet, hebben jullie dan geen geloof”.
Ook deze zondag staan de lezingen in het teken van moed, van durven, maar zeker van geloof; in het verhaal van de vrouw die al twaalf jaar aan bloedvloeiingen leed en het welbekende verhaal van het dochtertje van de synagoge- overste Jaïrus
Meerdere dichters schreven over haar!
Twee verhalen over opnieuw leven, over opstaan!
Het is bijna vakantietijd, een tijd voor wat meer rust en bezinning. Een tijd om ons bewust te zijn van ons leven en daar tegen God “dank je wel” voor te zeggen.

Overweging
Over aanraken en aangeraakt worden, gaat het vandaag. Aangeraakt worden betekent dat jouw leven ertoe doet.
Een aanraking die leven schenkt.
Afgelopen week naar aanleiding van de corona versoepelingen stonden er foto’s in de krant van een moeder en dochter, een jonge vrouw en haar hulpverleenster, en zo nog een aantal met de kop: “de knuffel is terug”.
Voorzichtig gebeurt het weer: kleinkinderen die hun opa en oma omhelzen, een dochter die haar moeder weer durft bezoeken. Velen veren en leven ervan op, na de angstige tijd van fysieke afstand. En het heeft menigeen veel gedaan, tot schrijnende situaties van eenzaamheid toe.
“Hij heeft alles geschapen om te leven, niet voor hun ondergang”, hoorden we in de lezing uit Wijsheid.
Misschien kunnen we het daarom goed meevoelen, de vrouw die al twaalf jaren vloeide en zich arm heeft betaald aan doktersbezoek. Wettisch onrein werd ze, uitgestoten uit de gemeenschap, op afstand, alleen.
Zo was het : wie haar aanraakte, te dichtbij kwam, zou zelf onrein worden, hetzelfde lot ondergaan. Een vrouw, niet hoog in aanzien, uitgebuit, Ze heeft helemaal niets meer te verliezen. En als ze over Jezus hoort, dringt ze zich naar voren, waar Hij is. Hoe dapper! En hoe wanhopig moet je dan zijn. En ze raakt zijn kleed aan. Ze gelóóft dat dat al genoeg is.
Jezus voelde het direct. En het maakte hem niet onrein!. Integendeel, er ontstaat contact. U kent misschien het verhaal van de melaatse. Hij werd door Jezus aangeraakt en genas. En twee van zijn beroemde volgelingen, de H. Franciscus van Assisi en Paus Franciscus deden evenzo, vol compassie iemand omhelzen die een uitgestotene was, een paria, door een huidziekte of melaatsheid. 
Zij, de vrouw, levend dood, wordt een levende ziel. Het contact met Jezus maakt een mens rein. We mogen bij Hem steeds opnieuw beginnen.
Toch is Jezus’ vraag, zijn uitnodiging, voor haar nodig. Om zich te laten zien, om “uit de kast te komen”, uit de anonimiteit, te midden van de menigte. Da vraagt moed. En die had ze!. Want hoe risicovol was dat voor haar.
In haar nieuwe leven ontvangt ze een naam! “Dochter” noemt Jezus haar. En dat betekent veel. Ze was naamloos. Zoals zoveel vrouwen dat zijn, die we misschien niet met name kennen, maar wel hun situatie van uitbuiting, misbruik, onderdrukking. Die keihard werken om hun gezin te voeden, weinig erkenning krijgen. Maar die in zoveel landen, denk aan Afghanistan, waar de taliban meisjes belet naar school te gaan, als tijgers vechten voor vorming en scholing en emancipatie van hun dochters.
En terwijl ik dit schrijf staat achterop de zaterdagkrant een meisje met een schattig koppie. En de tekst: meisjes veranderen de wereld…om toekomst voor die meisjes.
“Dochter” noemt Jezus haar; dochter van Israël. Daarmee ontvangt ze recht van bestaan, waardering, een identiteit. Als lid, opnieuw, van de gemeenschap. Ze kan haar plaats innemen en haar verantwoordelijkheid nemen.
Deze vrouw het is de hoop die haar kracht geeft om een taboe te doorbreken. Voor Jezus was het zijn missie, het Huis van Israël op te bouwen, een hernieuwde gemeenschap waar niemand verloren loopt, allen broeders en zusters in God.
Immers, in de ander is er de Ander, met een hoofdletter.
De tweede gebeurtenis is ineengevlochten met de eerste, of andersom. Het dochtertje van Jaïrus. Dochter ván…want ook haar eigen naam wordt niet genoemd. Twaalf jaar, op het punt van vrouw zijn, huwen, kinderen baren. Een hele stap als “dochtertje van”. is da wat haar verlamt? Opzien tegen die nieuwe fase in haar leven, haar eerste menstruatie, volwassen worden, het loslaten van thuis?
Het meisje was dood gewaand, gezien het rouwmisbaar. Maar Jezus pakt haar hand en zegt: kom maar, wees niet bang. je hebt je eigen weg te gaan, stap voor stap. Maar je gaat niet alleen.
Aanraken en aangeraakt, bewogen worden, letterlijk en in woorden van nabijheid. Zonder kunnen we niet. Zonder leef je niet. Dat we elkaar helpen opstaan, doen wat Jezus deed. Zonder vrees. Daar getuigen deze twee opstandingsverhalen van.
U weet dat onze Orde dit jaar 900 jaren bestaat. Corona frustreerde een aantal activiteiten. Maar het thema staat als een huis: met God bij de mensen zijn. Die twee!
Nu ziet u al de hele tijd een klein schilderijtje staan, het is een Paasikoon; Christus die Adams hand neemt, van dood tot leven wekt. Daaronder staan de verzen 23 en 24 uit psalm 73.
Precies die woorden zijn verwerkt in de meditatie achter op uw boekje van Thomas Merton. Neemt u het boekje mee naar huis, het is waardevol. En ik lees die woorden: Ik zal niet bang zijn want Gij zijt steeds bij mij
En Gij zult mij nooit aan mijn lot overlaten om mijn gevaren alleen te doorstaan.
U bent bij mij en leidt mij door Uw raad.
Moge dat zo zijn!

12e zondag door het jaar, 20 juni 2021

Het staat nog op ons netvlies gegrift. De oude, eenzame paus, kwetsbaar op de trappen in het Vaticaan. De regen valt in stromen over de straten van de stad. In de verte sirenes van ziekenauto’s op weg naar het ziekenhuis met een coronapatiënt. Het was nog maar eind maart vorig jaar en we wisten niet wat er allemaal nog zou komen aan pandemie, lock downs, overheidssteun, isolatie en quarantaine en noem maar op. Het onbekende en onbeheersbare maakte ons bang. We wisten niet wat er allemaal nog kwam. Dat maakte ons angstig. Een medicijn was er nog niet. Alleen wat maatregelen om de besmettingen tegen te gaan. Anderhalve meter afstand, gesloten terrassen, handen wassen, bezoeken reguleren. En nog is er weer een golf en zijn er twee golven nodig om het virus te onderdrukken.

Even staan we als mensheid stil bij wat er allemaal is gebeurd en wat er nog staat te gebeuren. En ook die onzekerheid maakt ons bang, angstig. Angst voor de toekomst, angst voor het onbekende, voor het onbeheersbare.

En wat doen wij tegen die angst, wat kunnen wij? Alleen maar stil afwachten tot er een vaccin is. Eerder een bewust meewerken door de maatregelen in acht te nemen en eigen verantwoordelijkheid op te pakken. Wegen zoeken om zo goed en sociaal met elkaar om te gaan. We gingen en gaan naar verpleeghuizen om mensen te ontmoeten. We organiseerden bijeenkomsten om elkaar te bemoedigen en te troosten.

We zochten redding uit benarde tijden en oorden, We gaven mensen het vertrouwen in handen om ons te leiden naar die toekomst. We zochten voor onszelf en voor anderen woorden van troost bij de uitvaarten in kleine groepen. We zochten in de techniek naar wegen om elkaar toch te ontmoeten, en te vergaderen. En zo kwamen we die twee golven door. Hoewel? Hoeveel mensen hebben de strijd tegen het virus verloren. Al die families die naasten hebben moeten afstaan aan de dood. We zoeken redding bij mensen, dichtbij en ver weg. Ik las de regelmatig verschijnende bemoedigingsbrief van de bisschoppen. We luisterden geboeid naar de woorden van de koning. En we werden er door getroost.

We zochten ook redding in de natuur. Niet alleen door de wandelingen in de bossen, Daar was meer bewegingsvrijheid. Maar de natuur geeft ons ook kracht. De altijd maar rollende golven, de ruisende bomen, die vliegende vogels. Dat ging allemaal door, corona of niet. Dat gaf ons een beetje houvast, een steun dat niet alles verandert.

En bij God? Zochten en vonden we bij Hem steun en troost? De paus nam niet voor niets het verhaal van de storm op het meer, als uitgangspunt. In dit verhaal worden we geconfronteerd met de angst van  de leerlingen, de angst van ons. Het water gaat gruwelijk te keer, stroomt over het dek, ze dreigen te vergaan. Zoals wij dreigden te vergaan in de bestrijding van de pandemie. En dan Jezus, rustig slapend in de boot. Alsof er niets aan de hand is. De leerlingen zochten hun heil bij Jezus. Niet een oplossing, maar medeleven en medelijden zochten ze. Ze verwachten dat Jezus ook maar iets van emotie laat zien. De leerlingen vragen zich af het het Jezus wel iets doet, als ze vergaan.

Jezus komt hen tegemoet en brengt de storm tot bedaren; het water reageert. Jezus vraagt zich af hoe het komt dat ze geen geloof hebben. En dat greep de paus aan om de angst tot bedaren te brengen. Het vertrouwen en het geloof, maar ook zijn kwetsbaarheid, brengt redding. Niet door achterover te leunen en af te wachten. Nee, door daadwerkelijk samen de angst te overwinnen. En dat kan alleen maar door vertrouwen en geloof. Vanuit het vertrouwen dat de storm gaat liggen; komt het geloof dat er daadwerkelijk iets gaande is. Eerst vertrouwen en geloven, dan kunnen we ook zien dat dat geloof redding brengt.

Wees niet bang en wees dan ook elkaars steun. De leerlingen zitten allemaal in hetzelfde schuitje. Samen zullen ze er moeten staan. Samen zullen ze hun geloof handen en voeten geven. Het blijft niet bij mooie woorden en gedachten. De vele andere boten, ook in stormweer, zullen ook gered moeten worden.

Angstige mensen kunnen zo tot geloof gebracht worden. Wanneer we ervaren dat in de storm van ons leven, het vertrouwen wordt gezien. We bestrijden de corona alleen als we samenwerken. Samen worden we gered in de storm van ons leven. Daar mogen we op vertrouwen, daar mogen we in geloven, met Gods hulp.