Auteur: admin

25e zondag door het jaar, 18 september 2022

Er gebeuren in de wereld vaak dingen waar  je niets van snapt. Je kijkt naar beelden uit Oekraïne, en hoort gesprekken uit de Tweede Kamer, en denkt: waar gaat dit over? Vooral wanneer economen aan het woord zijn, gaat het over zaken die gewone mensen te boven gaan. Recessie, hypotheekafspraken, renteverhoging of -verlaging, schuldhulp, geldinjecties op hoog niveau, koopkracht. Ik raak de draad dan al gauw kwijt.

En dat had ik ook met het evangelie van vandaag. Toen ik van de week wat nadacht over dit verhaal, kwam ik er niet uit. Wie doet wat in het verhaal en waarom? Wat gebeurt er en wat zijn consequenties van handelen. Een antwoord heb ik niet gevonden, maar dat gebeurt wel meer bij evangelieverhalen. Het geeft eerder een denkrichting of een situatieschets, en dan van 2000 jaar geleden.

Ik stel me het zo voor, dat er iemand is, een invloedrijke man of vrouw, die een deskundige in dienst heeft. Een soort accountant, die alle geldzaken voor je regelt. Vanwege toestanden, slecht functioneren, wordt er met ontslag gedreigd. Die accountant ziet de bui al hangen en probeert zijn zaakje te redden. Een andere functie of andere baan, bedelen of spitten zit er voor hem niet in. Dus probeert hij in zijn huidige baan nog iets goeds te doen.

En hij stelt: iedereen die nog een hypotheek af te lossen heeft, hoeft per maand minder te betalen. Was de aflossing eerst 1000 euro per maand, de beheerder zorgt ervoor dat de aflossing slechts 750 euro is. Dat is gunstig voor de mensen met een hypotheekschuld, maar nadelig voor die invloedrijke man. Je zou dus verwachten dat de beheerder nu helemaal zijn baan kwijtraakt. De invloedrijke man zal er niet zo tevreden over zijn.

Maar niets is minder waar. Zoals zo vaak bij verhalen van Jezus, worden de rollen omgedraaid. De accountant wordt in ere hersteld vanwege zijn goedheid aan mensen. Hij gebruikt de middelen die hij heeft, geld en schulden, om een goede daad te doen. Ook al is het ten nadele van die rijke man. Door die actie wordt hij, zo staat het er, een kind van het licht, ook al gebruikt hij negatieve middelen.

Kortom, maar het is zeer discutabel, je kunt het slechte aanwenden om het goede te doen. Geld is op zich een objectief middel, maar je kunt er wel goede dingen mee doen. 

Als we vandaag de jaarlijkse vredesweek starten, is dit verhaal juist van toepassing op de schulden die de arme landen hebben bij de grootmachten. Via schuldsanering kunnen we de relaties tussen die landen weer voor een deel herstellen. Ook op kleine schaal zien we dat gebeuren bij initiatieven als ‘schuldhulpmaatjes’. Mensen leren dan hun zaken goed te beheren en krijgen dan schuldvermindering.

Het verhaal eindigt dan met de woorden: gij kunt niet God dienen en de mammon. Je kunt wel de mammon inzetten en gebruiken ten dienste van het koninkrijk van God. Daarom wordt de beheerder in ere hersteld. Hij was betrouwbaar en goed voor de mensen die schulden hadden. Maar uiteindelijk was hij ook goed voor de rijke man, die nu ziet hoe het ook kan.

Wanneer de grootmachten in de wereld, schulden of delen van schulden kwijtschelden aan de arme, misdeelde landen, staan ze in dienst van God. Worden ze kinderen van het licht. 

Zo heb ik geworsteld met dat Bijbelverhaal. Ik kwam er nog steeds niet helemaal uit. Het blijft iets van ver weg, van ooit en toen. Maar het zet ons wel aan het denken over de manier waarop wij met geld en goed, met de mammon, omgaan. Is bezit en geld het allerbelangrijkste in ons leven, streven we naar steeds hogere banksaldo’s, meer bezit, grotere auto’s en mooiere keukens? Staan er eurotekens in onze ogen te schitteren. Of is het zo dat we ons geld en goed inzetten voor de mensheid, voor het Godsrijk? Gebruiken we wat we hebben om het leed van mensen te verminderen, om zo voor iedereen die wereldvrede, maar ook die vrede in ons hart, te waarborgen. Dat zijn de vragen die het verhaal oproepen, vragen over hoe wij leven. En dan kan het wel eens zijn dat we dat geld en dat bezit inzetten. Inzetten voor een goede zaak…

Voor nu komt bij mij de vraag boven: hoe kijk ik naar die mammon; hoe naar dat Rijk van God? Is het ver weg, of is het vlakbij? Kunnen wij er iets mee?

Hoogfeest van St. Augustinus, 28 augustus 2022

Onze regelvader Augustinus begint zijn regel als volgt:
U die een kloostergemeenschap vormt dragen wij het volgende op na te leven. Allereerst moet u eensgezind tezamen wonen, één van ziel en één van hart op weg naar God. Want is dat niet juist de reden waarom u samen bent gaan leven? Bij u mag er geen sprake zijn van persoonlijk eigendom. Zorg er integendeel voor dat alles onder u gemeenschappelijk is. Uw overste moet ieder van kleding en voedsel voorzien. Niet dat hij iedereen evenveel moet geven, want u bent niet allen even sterk. Maar aan elke persoon moet gegeven worden wat hij persoonlijk nodig heeft. Zo leest u immers in de Handelingen van de Apostelen.
Die eerste christelijke gemeenschap, waarover ook wij vanmorgen in de eerste lezing hoorden, is het model dat Augustinus in zijn religieuze gemeenschap wil navolgen. De grote Augustinus kenner Tarcicius van Bavel geeft in zijn commentaar op de regel aan hoe Augustinus hier naartoe is gegroeid: één van hart en één van ziel legt Augustinus eerst uit, in de lijn van de oude monastieke traditie van voor zijn tijd. Eén van hart en één van ziel is hij of zij die de eenvoud van hart heeft bereikt door zich los te maken van de stroom van tijdelijke voorbijgaande dingen en zich geheel aan God wijdt. Het gaat dan duidelijk om de eenheid binnen de grenzen van de mens als enkeling, de innerlijke eenheid in zichzelf. Maar al snel krijgt die eenheid van hart bij Augustinus een andere uitleg en wel één die ligt in de lijn van het gemeenschapsleven;
de eenheid tussen meerdere personen. Liefde voor elkaar wordt dan het alles overheersende streefdoel; door het vuur van de liefde één van ziel en één van hart op weg naar God. Liefde, daarover horen we Jezus in de evangelieperikoop van vanmorgen. Tijdens zijn leven heeft Jezus meer dan eens blijk gegeven van de onderlinge liefde die er was tussen God, de Vader en Hem. En misschien nog meer heeft Hij zijn liefde getoond voor zij naasten.
Niet alleen met woorden, maar vooral door zijn daden van grote menslievendheid. Vooral voor de zwaksten in de samenleving. Hij nam zondaars, tollenaars, uitgestotenen op in zijn vriendenkring. Zijn vriendschap ging uit naar zieken, hongerigen, naakten. De minsten onder de mijnen zijn mijn vrienden zegt Hij. Het is dan ook helemaal niet vreemd dat Hij als laatste wens voor zijn dood aan de mensen vraagt: hebt elkander lief, zoals Ik u heb liefgehad. Dat was zijn liefste wens. Maar wat is liefde? Iedereen schijnt het antwoord op die vraag te kennen. Liefde is het allerbelangrijkste in het leven, het mooiste, het kostbaarste. Dichters bezingen het sinds mensenheugenis. Het is een onuitputtelijke bron van inspiratie voor schrijvers en vertellers. En zelfs in het christelijk geloof gaat het in de laatste instantie allemaal daarover, want God is liefde zegt Johannes. Merkwaardig is dan wel dat diezelfde Johannes ervan uitgaat dat wij niet weten wat liefde is. Dat zou wel eens een goed uitgangspunt kunnen zijn; wij weten niet wat liefde is. Of juister, wat wij spontaan onder dat woord verstaan, heeft er misschien niet veel mee te maken. Zo zegt Jezus niet; als je iets voor mij voelt, zul je in mijn liefde blijven, maar wel; Als je mijn opdracht ter harte neemt…… Zoveel is dus al duidelijk je mag de mooiste gevoelens koesteren, maar als je de geboden niet onderhoud is er van liefde geen sprake. Wat liefde is, weten we niet uit onszelf. Het is ons geopenbaard zegt Johannes en wij hebben het van Jezus Christus geleerd. Misschien mag het nog sterker worden uitgedrukt; zelfs Jezus heeft geleidelijk aan moeten leren wat liefde is. Hij zegt van zichzelf dat Hij de geboden van zijn Vader onderhouden heeft en daardoor in zijn liefde blijft. Dat is wel heel krasse taal. Ook Jezus heeft gaandeweg moeten leren dat de hoogste daad van liefde erin bestaat zijn leven voor zijn vrienden te geven. De Hebreeënbrief voegt daar zelfs aan toe dat Hij, hoewel Hij Gods Zoon was, in de school van het lijden gehoorzaamheid geleerd heeft. Als Jezus die leerschool heeft moeten doormaken, zullen wij er zeker niet van vrijgesteld zijn. De liefde wordt niet bemind. Wat op het eerste gezicht heel aantrekkelijk lijkt, is het bij nader inzien niet zomaar. En toch is het Jezus te doen om onze vreugde. Wanneer Hij vlak voor zijn dood zijn hoogste gebod geeft is het; om jullie deelgenoot te maken van mijn vreugde en zo jullie vreugde volkomen te maken. Van liefde kun je geen weet hebben als je niet beseft dat God ons het eerst heeft lief gehad. Niet wij hebben God liefgehad maar Hij heeft ons liefgehad. Wie dat ontdekt heeft, en daartoe behoort zeker ook Augustinus, kan al de rest veel beter begrijpen. Van onze kant is liefde altijd wederliefde voor Hem die ons zozeer heeft bemind.

21e zondag door het jaar, 21 augustus 2022

Een smalle deur of een brede poort. Het gaat hier om keuzes. Niet een keuze voor koffie of thee bij het ontbijt, maar om levenskeuzes. Beslissingen die genomen worden en die het hele leven zullen veranderen, zoals wanneer twee mensen besluiten het leven met elkaar te delen. Hun trouw willen zij bevestigen in een huwelijk, al of niet binnen de gemeenschap. Zo’n keuze maak je voor de rest van je leven; je geeft elkaar het ja-woord voor goede en slechte tijden. Velen van u kunnen hier over meepraten.  Het verbond dat je beiden sloot, komt soms onder druk te staan. Als een van de partners een baan verliest of ziek wordt, de keuze niet trouw is en wil scheiden, als een van de partners komt te overlijden en je alleen komt te staan. Dan kun je terecht spreken van een smalle deur, want dan is het leven moeilijk en de keuze komt onder druk te staan.  Het is goed om je daarvan bewust te zijn, zonder dat je elke dag gebukt gaat onder alles wat zou kunnen gebeuren. De  huwelijken die we de komende tijd weer in onze kapel en in het kasteel zullen sluiten, geven aan dat mensen, jonge mensen, elkaar trouw beloven en daarmee een smalle deur doorgaan.

Levenskeuzes zijn altijd heel ingrijpend. Mijn vader stond ooit voor de keuze van wel of niet behandelen van een kwaadaardige tumor. Hij had kunnen kiezen voor bestraling en chemokuren, in de hoop dat zijn leven nog iets langer zou duren. Maar hij koos er voor om niet behandeld te worden en het leven zijn gang te laten gaan. Dat zijn keuzes die je niet over één nacht ijs neemt. Je ziet er tegenop om zo’n beslissing te nemen. Je wikt en weegt alles met elkaar en je bespreekt het met je meest dierbaren. Als dan de beslissing genomen is, ook in overleg met deskundigen, dan valt er een hele last van je af. Maar daarmee wordt het niet gemakkelijker, de deur wordt er niet breder door.

Ik moet in deze denken aan het boek en de film: Neverendig Story (Het Oneindige Verhaal), waarin de hoofdpersoon keuzes moet maken. In het Doolhof krijgt Bastiaan telkens hetzelfde stramien voorgeschoteld. Hij komt telkens in een zeshoekige kamer met telkens drie deuren, waarvan één daarvan degene is waar hij het vertrek binnenkwam. Elke kamer heeft weer andere deuren. Sommigen zijn van ijzer, soms van hout, groot, klein, breed of smal, in de vorm van reus, of die geopend moeten worden als een ophaalbrug. Je kan het zo gek niet bedenken, maar telkens weer hebben ze iets gemeen met elkaar, de kleur, materiaal, grootte…
Bastiaan doolt wat rond totdat hij in elke deur iets terugvindt van leven; de groene kleur van de huid van zijn vriendje of een deur die bestaat uit gras, waardoor hij moest denken aan de Grazige Meren, zijn geboortestreek.
Zo komt hij uit het doolhof der Duizend Deuren. De uitgang was verborgen als deur van een oud vervallen boskapelletje, dat dus voor dat ene ogenblik de uitgang was van de Tempel.

Een prachtig sprookje, waarvan we kunnen leren, dat keuzes altijd met je eigen leven te maken hebben. Niet zomaar lukraak kiezen of je keuze laten afhangen van de waan van de dag of van toevallige ontmoetingen. Bewust kiezen, als een rode draad in je leven. Je keuze laten bepalen door je geloof in het goede, je geloof in de mens, in de toekomst, in God. Dan zal je keuze de goede keuze zijn. Dan is de keuze die je maakt, een logisch vervolg op wie je bent.

En die brede poort, die lijkt toch ook wel aantrekkelijk. Die poort is, volgens mij, de weg van de minste weerstand, de poort van oppervlakkigheid. Het is eigenlijk de weg die je gaat als je geen bewuste keuze maakt. Je gaat in op de trend van de markt, de wereld van consumptie en materialisme, de wereld van eigenbelang en egoïsme. Vanuit ons geloof in de toekomst kunnen wij echter zeggen dat dat niet de weg is die we willen gaan.

Wij gaan de smalle deur door, niet omdat we het onszelf moeilijk willen maken, maar juist omdat we kiezen voor het leven, samen met anderen, in solidariteit en liefde. Dat is de weg van God, die ons voorhoudt dat het leven waard is geleefd te worden.

Laatsten zullen eersten zijn en eersten zullen laatsten zijn. Wie zich vooraf buigt over de vraag naar het goede, komt nooit te laat, die is op tijd. Wie zich eerst laat leiden naar de brede poort en pas later kiest voor het goede, kan te laat zijn. Dan is de nauwe deur helemaal gesloten. Daarom bidden we vandaag voor mensen die voor belangrijke keuzes staan, grote beslissingen moeten nemen. Het gaat dan niet over de keuze tussen gebakken aardappels of friet bij het avondeten. Het gaat wel over de keuze tussen liefde en haat; tussen aandacht en links laten liggen; tussen samen en alleen. We bidden voor hen dat ze tot een goede beslissing kunnen komen, misschien met onze hulp, met onze aandacht en onze liefde.

De vraag voor vandaag lijkt me eenvoudig: kiezen wij voor de brede poort met uitzicht op gemak en eigenbelang; of kiezen wij, in al zijn consequenties, voor de nauwe deur met uitzicht op geluk en solidariteit?

20e zondag door het jaar, 14 augustus 2022

Vuur zal ik komen brengen

Op de televisie konden we zien hoe de natuurelementen alles in hun omgeving kunnen verwoesten. Het vuur laait op, helikopters vliegen af en aan met tonnen water. Iemand die ooit een brand heeft meegemaakt zal de geur en de rook nooit vergeten. Zo overweldigend kan het zijn.

Over dit vuur, dit natuurelement, dat kan verwoesten en kan louteren, gaat het niet in het evangelieverhaal van vandaag. Jezus spreekt hier niet over het feit dat hij bosgebieden en dorpen in vuur en as legt. Jezus heeft het hier over innerlijk vuur, over geestdrift en enthousiasme. Hij heeft het over keuzes die je maakt als je eenmaal voor zijn boodschap kiest. Die keuze heeft gevolgen. Je kunt er niet koud bij blijven. Eenmaal die weg van liefde ingeslagen, moet je haast wel in vuur en vlam gaan staan, vol geestdrift en enthousiast.

Er zijn mensen die met alle winden meedraaien, als de haan op de kerktoren. De ene keer praten ze vol geestdrift over een bepaalde situatie, de andere keer praten ze er heel anders over. Dat is niet de bedoeling, aldus Jezus in het verhaal van vandaag. Trouw en standvastig ingaan op zijn weg, vraagt nogal het een en ander. Dat kan conflicten opleveren omdat je consequent je weg volgt. Niet toedekken om de lieve vrede te bewaren.

In zijn tijd, waar mensen nog daadwerkelijk moesten kiezen om in zijn voetsporen te gaan staan, bracht dat ruzie en conflicten mee, zelfs binnen gezinnen. Familieleden kwamen tegenover elkaar te staan; de een wel en de ander niet de weg volgend die Jezus hen voorhield. Dan trouw blijven aan de gemaakte keuze, dat was niet gemakkelijk. Want als je moet kiezen óf de weg met je partner te blijven volgen óf de weg van Jezus, wat kies je dan?

Anno 2022 worden dat soort keuzes niet meer zo uitdrukkelijk gemaakt. In onze tolerante samenleving wordt jouw keuze gerespecteerd en blijf je overal welkom, ondanks een bepaalde keuze. En de weg van geloof is een bijna vanzelfsprekende keuze. Maar dat brengt ook vervlakking met zich mee. Die vanzelfsprekendheid laat de keuze onbesproken. Het hoeft niet meer besproken, want het spreekt vanzelf.

Een radicale keuze voor de liefde, waar vinden we die heden ten dage? Dan wordt er al snel gekeken naar religieuzen en priesters. Zijn dat de enigen die kiezen voor de weg van Jezus, voor de weg van liefde? Het is niet te hopen. Binnen elke relatie, in elke samenlevingsvorm, kun je die weg van liefde gaan, want het is een levenshouding, een houding van open handen, open oren en een open hart. Het gaat om radicaal kiezen voor samen delen, luisteren naar elkaar en liefde voor elkaar.

Het kan ons allemaal koud laten, het kan ons in vuur en vlam zetten. Ik hoop dat laatste, dat we vol geestdrift, vol vuur, kunnen kiezen voor de weg van Jezus, voor de weg van de liefde. De vraag is dan wel: kiezen wij voor het goede, het echte en het ware vanuit onze liefde?

19e zondag door het jaar, 7 augustus 2022

Overweging

Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw. De woorden uit het evangelie van vandaag roepen een scala van teksten op, waarin wachten centraal staat. En toch kan het ene wachten dag en nacht verschillen van het andere wachten. Wacht maar, ik krijg je nog wel. Op die manier klinkt wachten als een dreigende belofte. Wachten dat zint op wraak, op vergelding, genoegdoening. Zo menselijk, zo herkenbaar voor ieder van ons denk ik. Een wachten dat misschien ooit even beloond zal worden, maar uiteindelijk zeker niet de vervulling zal geven waar we op gehoopt hadden. Maar er is ook een ander wachten. Wachten op het moment dat het anders, beter zal worden. Beter, in welke zin dan ook. Alleen, met dat wachten hebben we vaak zo’n moeite, het duurt zo lang. En dat is vervelend, want we moeten al zo veel wachten in deze wereld. Hoe vaak staan we niet net in de verkeerde rij voor de kassa. Of moeten we wachten op de trein of de bus die weer eens vertraging heeft of soms helemaal niet komt. Wachten bij de dokter, wachten op een uitslag van een onderzoek, wachten, wachten en nog eens wachten. Het leven lijkt soms alleen maar uit wachten te bestaan. En de ellende is, we vinden dat zonde van de tijd. Dat is ook niet zo gek in een wereld waarin haast, efficiëntie , productie, snelheid, presteren zo’n belangrijke rol spelen. Niks stil maar, wacht maar. Niks wachten. Ik wil nu, want ik weet wat ik heb, en ik weet niet wat het straks zal worden. Zekerheid, daar lijkt het allemaal om te gaan. Daarom moeten we doorgaan, kost wat het kost, want wachten kost tijd. En tijd kost geld en dat is zonde. Wij worden opgejaagd en wij jagen ons zelf op, raken overspannen en belanden soms in een burn-out. Het lijkt wel alsof we wachten alleen nog maar kennen als tijdsverspilling, als een noodzakelijk kwaad. Het wachten als vervulling van de tijd is ons wezensvreemd geworden. Toch worden we in het evangelie van vandaag opgeroepen om te wachten. Houd uw lendenen omgord, en uw lampen brandend. Degenen voor wie Lucas zijn evangelie schreef wisten precies waaraan hij refereerde. Het ging over hun voorouders die op de avond voor de grote uittocht uit het slavenland Egypte werden opgeroepen waakzaam te zijn. Ook voor hen was dit geen gemakkelijke opgave want ze waren al zo vaak teleurgesteld. Belofte na belofte niet ingelost, plaag na plaag over hen uitgestort. De moed zou je toch in de schoenen zakken. Waarop wachten, wachten na zoveel teleurstellingen, keer op keer weer die desillusie. Waarom nog wachten Het wordt niet nieuw, nooit meer, noch de hemel, noch de aarde. Deze geluiden zullen vast en zeker geklonken hebben, zoals ze ook vandaag nog klinken. De geluiden van de doemdenkers en onheilsprofeten. Of, zoals sommigen zeggen, geluiden van realisten. Zit dit ook niet een beetje in ons verscholen. Klinkt in ons ook niet zo af en toe, of misschien wel regelmatig: Wachten is zinloos. Idealen zijn voor dromers. Hopen op betere tijden is voor dwazen. Geloven in God is voor hen die niet kunnen leven met het idee dat het nooit afgelopen zal zijn. Misschien hebben deze stemmen op veel punten ook wel gelijk. Maar het boeiende is dat het in het leven, als het er op aan komt, niet om gelijk hebben gaat. Het volk dat de lampen brandende heeft gehouden en de lendenen omgord, heeft mogen ontdekken dat het niet voor niets is geweest. Het is op weg gegaan met in zijn hart het lied van verlangen. Stil maar wacht maar alles wordt nieuw, de hemel en de aarde. Dat verlangen werd niet meteen vervuld. Veertig jaar moest het de ellende van de woestijn doorstaan, een leven lang. En elke dag weer die lampen branden houden en de lendenen omgord. Dat vraagt vertrouwen. Dat vraagt hoop. Dat vraagt geduld. Dat vraagt om het vermogen te kunnen wachten. Maar meer nog de vraag aan ons; Kun je nog stilstaan bij waar jij op wacht? Het wachten waartoe wij worden opgeroepen is niet het wachten dat de tijd doodt, maar het wachten dat nieuw leven brengt, hoe dan ook.

17e zondag door het jaar, 24 juli 2022

Overweging
We lazen vanmorgen een gedeelte uit het evangelie volgens Lucas. Lucas schrijft zijn evangelie als een reisverhaal. Reisverhaal in het geval van Lucas moet je niet begrijpen in de betekenis van vakantie,  zoals wij dat kennen. Jezus trekt door het land. Uiteindelijk is zijn bestemming Jeruzalem. Hij ontmoet allerlei mensen. Ook mensen die voor langere tijd met hem meetrekken, zijn leerlingen. Hij gaat op bezoek bij vrienden, Martha en Maria bv., maar ook ontmoet hij prostituees en tollenaars. Lucas vertelt daarover en schrijft ook over de verhalen die Jezus vertelt en wat dat losmaakt bij mensen.

Aan het begin van het gedeelte van vanmorgen staat dat Jezus ergens in gebed was. Jezus trok zich regelmatig terug op een eenzame plaats. (…)

En wanneer hij daarmee stopt zegt een van zijn leerlingen tegen hem: 
Heer leer ons bidden.
En dan antwoordt Jezus: Vader, uw naam worde geheiligd. Uw koninkrijk kome. Geef ons elke dag ons dagelijks brood; en vergeef ons onze zonden, want ook wij vergeven aan ieder die ons iets schuldig is.
En leidt ons niet in bekoring. 

Oude en vertrouwde woorden, die in deze kapel iedere dag worden uitgesproken. Iedere zondag in alle kerken wereldwijd en dus in alle talen. (..)Ze worden gezegd aan eettafels en aan graven. Het biedt mensen houvast en tegelijkertijd roept het ook bij velen vraagtekens op.  Het lijkt soms een verzameling vrome wensen, aan God voorgelegd, waarbij je zelf buiten schot blijft. Hoe is dat voor ons?

Zijn deze woorden voor ons vandaag nog relevant ? 
Wat betekenen, wat kunnen ze betekenen voor ons vandaag?
Bidden is voor veel mensen niet meer zo vanzelfsprekend. Velen kunnen het niet meer goed. Toch hoort bidden tot de kern van waar het in de bijbel om gaat.

Die verlegenheid met bidden, waar komt die vandaan? Er zijn genoeg mensen die als kind met geloof en kerk zijn opgevoed. Zij hebben als kind leren bidden. Ik herinner mezelf ook nog wel een bijna overdosis aan gebeden. Voor het eten, na het eten, Bij het begin van de schooldag en bij het einde. Voor het naar bed gaan. Zondags in de kerk. Op catechisatie, bij de jeugdvereniging. Zo waren er talloze momenten. Maar of je daar zelf ook zo bij betrokken was… 
Je werd opgevoed met de idee dat God alles zag en wist.
Veel mensen hebben afgehaakt wanneer het om deze vorm gaat. Ze kunnen niet meer uit de voeten met de oude beelden. Zij zijn teleurgesteld in wat er gebeurd is in hun leven. Wie kent niet de voorbeelden van de onvervulde gebeden. Je hebt vurig gebeden om iets, genezing van een geliefd iemand bv., en het is niet gebeurd. Er kunnen allerlei redenen zijn om niet meer te bidden.

Die verlegenheid met bidden is niet alleen iets van onze tijd, maar dat gold (dus) ook al voor de leerlingen van Jezus. Zij vragen Jezus om hen erbij te helpen. ‘Heer leer ons bidden’.

Allereerst: wat is bidden en hoe doe je dat? 
Wij verbinden bidden vaak met spreken en dat kan een onderdeel van het bidden zijn. Maar bidden begint met stilte. Met het zoeken van concentratie. Het begint met je te onttrekken aan alle stemmen om je heen. Het is proberen los te komen van alle dingen waar je zo druk mee kunt zijn in je hoofd. Dat is lastig voor ons in deze tijd, waarin het zelden stil is. Waar voortdurend berichtjes binnenkomen die onze aandacht vragen. We moeten ook voortdurend bereikbaar zijn, lijkt het wel.

Maar bidden begint met stilte en dan is bidden luisteren. Bidden is een hoorder worden. Horen waarnaar? Horen naar de woorden uit de Bijbel / woorden van Jezus, bijvoorbeeld.

 Ik denk dat dat ook was wat Jezus deed wanneer er staat dat hij in gebed ging. Stilte en gebed waren voor hem noodzakelijk om te volharden in zijn zending.

Horen naar de woorden van de Bijbel/ van Jezus, dat geldt ook voor ons. Het is denk ik niet voor niks dat Lucas de woorden van Jezus over bidden zet in de context van verhalen over zorgen voor een ander / elkaar.

Vb. Barmhartige Samaritaan, voor wie ben je een naaste? Het verhaal over Martha en Maria. En in het gedeelte van vanmorgen over de vriend die in de nacht om brood komt vragen. Zorgen is een thema bij Lucas. Het verhaal over bidden staat daar niet los van. Want bidden is niet een verzameling (vrome) wensen aan God voorleggen, waarbij je zelf buiten schot blijft. Bidden ontslaat je niet van wat je kunt en moet doen, maar schakelt je in in wat je uitspreekt. Wie een vraag stelt krijgt er een terug.

Uw Naam worde geheiligd, klinkt als een vrome wens. In de Nieuwe vertaling staat: laat uw naam geheiligd worden. Misschien drukt dat beter uit dat er ook van ons een actieve houding verwacht wordt.
De naam heiligen betekent: dat iets van de goedheid van God zichtbaar/voelbaar wordt / moet worden. Als je daar om bidt, krijg je een vraag terug: wat doe je er aan om de goedheid van God te weerspiegelen, in de buurt in de richting van mensen die op je weg komen. 

En dan: laat uw koninkrijk komen. Het koninkrijk van God is een Bijbelse uitdrukking voor leven zoals het bedoeld is. Als je daar om bidt, komt de vraag in jouw richting: Wat doe jij eraan om het leven leefbaar te maken en te houden? Wat kun jij doen? Huub Oosterhuis noemt dat in een van zijn liederen: Een nieuwe wereld.
Dat een nieuwe wereld komen zal waar brood genoeg en water stroomt voor allen.
Daar bouwen wij veilige buurten, wonen dooreen in wijken van vrede. (…)
Misschien kent u het wel.
Dat maakt duidelijk dat er een actief aandeel van ons verwacht wordt.

Bid je; uw wil geschiede, dan heb je het niet over een vrome vorm van berusting: het heeft zo moeten zijn, het is nu eenmaal de wil van God, het gaat zoals het gaat. Nee, dan zeg je: de wil van God moet gebeuren en dat betekent: recht doen, hongerigen moeten worden gevoed, naakten gekleed, en gevangenen bezocht. Als je daar om bidt, zeg je eigenlijk: laat onze wil de uwe niet in de weg staan.

Bidden bepaalt je dus bij de wereld. Bij je omgeving en bij jezelf Het opent je de ogen en maakt je attent op wat er gebeurt om je heen. Bidden betekent: aandachtig leven! God nodigt ons uit bondgenoot te worden voor zijn Rijk.

We leven in een onrustige tijd. Dat is door alle tijden heen vaak gezegd, maar er spelen nu wel heel veel zaken. Misschien ervaar ik / wij dat ook wel zo omdat we er voortdurend en direct door alle media onmiddellijk van op de hoogte gebracht worden.
Persoonlijk heb ik soms de idee dat we door het aantal crises overspoeld worden. Klimaatcrisis, de stikstofcrisis, voedsel, energie/ olie, vluchtelingen, oorlog, en niet onbelangrijk, wat doen de diverse wereldleiders met hun macht?

Ik weet niet hoe het u vergaat, maar mij bekruipt soms een licht wanhopig gevoel. En toch. Er wordt niet van ons gevraagd alles op te lossen, maar wel om dat te doen wat in onze macht ligt. En dat is soms ook weer verrassend veel.

Het Onze Vader leert waar het bij bidden op aan komt. Het stelt dringende vragen, maar dat niet alleen. Jezus bidt: Onze Vader. Vader staat voor Jezus voor de stem die hem oproept om met zijn leven zijn bestemming te vinden. God de/ zijn Vader die heeft gezegd: Ik zal er zijn. Dat klinkt ook in onze richting. 
Onze Vader:
Dat geeft aan dat je er niet alleen voor staat. Bidden heeft ook te maken met verbinding, met gemeenschap, met elkaar bemoedigen, elkaar aansporen en elkaar troosten. 
Bidden is aandachtig leven, maar dat doet niets af aan de afzonderlijke momenten van aandacht. Vieringen zoals deze zijn er ook om ons vertrouwen te versterken.  We mogen onze zorgen aan God voorleggen en om zijn Geest bidden. Bidden om een teken van liefde. (ps. 103)

Het is goed om het Onze Vader te blijven bidden. We mogen het aanvullen en invullen met wat we doen en met wat ons bezighoudt. Zo biddend en zo levend zullen we dan ervaren dat er telkens weer geloof, hoop en liefde is om het leven te leven.
Amen.

16e zondag door het jaar, 17 juli 2022

Overweging
Ik denk dat het niet voor zal komen dat er iemand naar mij toekomt en zegt; Ik ga een nieuw huis bouwen en wat vind jij waar ik beslist aan moet denken. Maar als het wel gebeurt zal antwoord zijn; Zorg voor een royale keuken met alles er op en er aan, maar vooral met een grote tafel en veel stoelen. Want nergens komen zulke goede gesprekken tot stand dan aan een keukentafel. Zij of hij die kook of voor iets anders zorgt kan ook aan de gesprekken meedoen en hoeft zich niet buitengesloten te voelen.Had Martha maar zo’n keuken gehad, dan had zo niet jaloers op Maria hoeven zijn. Naar het thema van vandaag hoef je niet lang te zoeken. Dat ligt er duimendik bovenop. Zowel in de eerste lezing als in het evangelie.Het gaat duidelijk over gastvrijheid. Abraham is een typisch voorbeeld van joodse gastvrijheid. En van Martha kan je hetzelfde zeggen. De gast staat bij hen beiden duidelijk centraal. Abraham zet al zijn personeel, zelfs zijn vrouw Sara, aan het werk om de gasten ter wille te zijn. Ook Martha wordt helemaal in beslag genomen door de drukte. Ze wil haar gast zo goed mogelijk bedienen. Ze zorgt voor alles, is bang ook maar ergens  in te kort te schieten. Ze is dan ook kwaad op haar zus, die daar zomaar aan de voeten van de gast gaat zitten. Om naar Hem te luisteren. Ook Martha zou dat graag willen, want ook zij weet dat deze Gast heel wat te vertellen heeft. Maar voor de vrouw is in haar ogen een andere taak weggelegd. Toch kan ze het niet laten de Heer te vragen zijn oordeel over de houding van Maria uit te spreken. En dan wordt Jezus ook haar leraar. Hij geeft haar les in ware gastvrijheid. De kern van deze les is: Vraag je af, wie is gast, wie gastheer? Martha beschouwt zich als gastvrouw en de Heer als gast. Maria voelt het omgekeerde, zij is gast bij de Heer. Daarom zit ze ook aan zijn voeten. Eén en al oor. In Jezus woont het Woord Gods. Of zoals de evangelist Johannes zegt: In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Het Woord is in de wereld gekomen en spreekt. Het verzamelt mensen om zich heen. Is gastheer. Kom, luister. Wie oren heeft die hore. Het initiatief gaat dan volledig uit van de Leraar. Hij roept, nodigt uit, ontvangt. Maria heeft dit goed begrepen en is als een leergierige leerling aan zijn voeten gaan zitten. Luisteren is toch ook een vorm van dienen? Is luisteren niet jezelf inhouden, reacties achterhouden, nog maar even wachten met wat te zeggen? Luisteren houdt ook in dat je keert naar de ander, met heel je wezen. Tot nu toe spreken we over twee personen. Martha en Maria. Is het niet zo dat de opstelling van deze twee vrouwen vaak beide in ons aanwezig is? Hebben ook wij niet de ervaring dat als we onverwacht gasten krijgen, we vaak in tweestrijd verkeren. Wat moet ik nu eerst doen, me bezig houden met de verzorging van de inwendige mens. Koffie zetten, eten voorbereiden. Of eerst maar eens bijpraten? Het ene kan niet zonder het andere. Martha en Maria samen geven een beeld van de mens, ook van de gelovige mens. Het gaat in dit verhaal over meer dan alleen maar de gastvrijheid. Bij de voorbereiding van deze overweging las ik een artikel over een ervaring  die in verband werd gebracht met het verhaal van deze twee vrouwen. De schrijver vertelt over zijn bezoek aan een kapel in een klein Normandisch dorpje. Een kleine kapel in een grote oude abdijkerk. In deze kapel staat een groot Christusbeeld, dat is nog niet zo vreemd, maar dit beeld wordt uitsluitend omringd door zes beelden van heilige vrouwen. We beseffen vaak te weinig hoe belangrijk de vrouwen, zeker ook voor de Heer, zijn geweest. We kennen allemaal de twaalf apostelen, maar vergeten de vrouwen die de Heer volgden. Vrouwen die, zo horen we van de evangelisten: “hen uit eigen middelen verzorgden”. Kennelijk was er, als het aan de mannen alleen gelegen had, niet genoeg brood op de plank. Hiermee wordt de plaats van de vrouw in de kerk, een toch nog vaak gemarginaliseerde plaats, in een ander daglicht gesteld.

Daarom is het óók belangrijk dat we vandaag dit verhaal van Martha en Maria lezen. Het is dan ook een beetje pijnlijk dat er zo snel oordelend gesproken wordt over de rollen van deze twee vrouwen. Martha de uitsloofster en Maria de wijze, luisterende vrouw. Zeker de rol van Martha mag wel wat opgewaardeerd worden. In het jodendom is de keuken een heilig terrein. Als een vrouw niet in staat is de joodse huishouding te voeren, zijn mannen met al hun vroomheid nergens. En het is de vrouw die het geloof doorgeeft. Een joodse vader is niet genoeg, de joodse moeder wel, wil het kind van beiden jood of jodin zijn. Martha lijkt zo dan ook de behoedster van het actieve geloof, de orthodoxie. Later spreekt ze, we lezen dat in het evangelie van Johannes, de schitterende geloofsbelijdenis uit: Heer, ik geloof dat Jij de Messias bent, de Zoon van God die in de wereld gekomen is. De belijdenis die staat. Je kunt er een kerk op bouwen. En dan Maria. Die luistert naar het nieuwe, ze verstaat het en verbaast zich. Ze verbaast zich over de rijkdom van het geloof. Ze beseft zich dat de mens niet leeft van brood alleen, maar van alle dingen die voortkomen uit de mond van God. Martha en Maria, twee vrouwen die ons wijzen op essentiële zaken in ons geloofsleven, volhouden in trouw en je open stellen voor het nieuwe. Orthodoxie en vernieuwing, ze zijn allebei nodig willen we het geloof overdragen aan de komende generaties. De kerk zal niet kunnen bestaan als er geen Martha’s zijn. Vrouwen en mannen die stug door blijven gaan met de gewone dingen die gedaan moeten worden in de wereld waar ieder zijn verantwoordelijkheid voor draagt. Maar de kerk zal de vonk, de geestkracht missen als er geen mensen als Maria zijn. Vrouwen en mannen, jong en oud, die durven horen wat nog niemand gehoord heeft en durven doen wat nog niemand gedaan heeft. Maria inspireert Martha vanuit haar beschouwing. Martha zal op haar beurt Maria vanuit haar concrete levenservaring bijsturen. Samen zullen ze dan een weg door het leven vinden waarop beiden gelukkig zijn. Een weg die ook wij moeten gaan, luisterend naar de Heer en werkend om zijn Woorden in het dagelijks leven gestalte te geven.